Notice: Constant WP_DEBUG already defined in /www/wp-config.php on line 93 Staatsrechtelijke Kamikaze – Nota Bene
Staatsrechtelijke Kamikaze
De toespraak naar aanleiding van de reis

Staatsrechtelijke Kamikaze

Vrijdag 16 oktober zag een oplettende vliegtuigspotter koning Willem-Alexander met zijn gezin vertrekken, waar hij later die dag een tweet over verstuurde. De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) weigerde in eerste instantie te zeggen waar ze naartoe gingen, het ging immers om een privé aangelegenheid. Vicepremier De Jonge stond vervolgens tijdens de persconferentie met zijn mond vol tanden. Hij wist niet waar de koning was. Toen bleek dat deze met gezin voor vakantie in Griekenland zat, ontploften de sociale media. In overleg tussen kabinet en koning werd snel besloten de vakantie af te breken. Zaterdagavond vlogen koningin Máxima en hij terug, samen met hun jongste dochter Ariane. De prinsessen Amalia en Alexia kwamen dinsdag weer in Nederland. Kamerbreed werd met afkeur gesproken over het vakantietripje van de koning. Volgens veel kamerleden viel deze vakantie niet te rijmen met de recente aanscherping van de coronamaatregelen. In een persverklaring liet de koning weten ‘geraakt’ te zijn door de felle reacties op het vertrek naar Griekenland. De minister-president laat hierop volgend weten dat hij de situatie verkeerd heeft ingeschat. Zo laat hij aan de Tweede Kamer weten: “Ik heb te laat beseft, zeker na de persconferentie van afgelopen dinsdagavond, dat de voorgenomen vakantie, die paste binnen de voorschriften, niet langer te rijmen was met de oplopende besmettingen en de aangescherpte maatregelen.” Nog geen dag later komt de koning zelf met een videoboodschap waarin hij het onverstandig noemde om “geen rekening te houden met de inwerking van de nieuwe beperkingen op onze samenleving.” Hij voegde eraan toe: “We zijn betrokken maar niet onfeilbaar.”

Hoe valt deze misstap nu te duiden binnen onze Grondwet? Bij privévakanties zoals deze ontstaat een opmerkelijk staatsrechtelijk spanningsveld. Interessant is de verklaring van de premier. Hij schrijft dat volgens artikel 10 en 41 Gw gewaarborgd wordt dat alle reizen die de koning niet maakt vanwege zijn publieke functie, tot de persoonlijke levenssfeer horen. Over privé-reizen heeft het kabinet in beginsel dus niets te zeggen. Maar vervolgens wijst Rutte erop dat voor artikel 41 het voorbehoud geldt dat altijd het openbaar belang in acht wordt genomen. In dit geval was dat algemeen belang in het geding, concludeert de premier. En omdat hij ministerieel verantwoordelijk is volgens artikel 42 lid 2 Gw, had Rutte dus zelf eerder moeten besluiten dat het staatshoofd niet op vakantie mocht gaan.

De vraag rijst in hoeverre de ministeriële verantwoordelijkheid zich uitstrekt. De verantwoordelijkheid voor de koning geldt in zijn algemeenheid alleen voor die gevallen waarin het een onderwerp betreft dat tot de portefeuille van de betreffende minister behoort. Hierop bestaat evenwel een uitzondering. De minister van Algemene Zaken (Mark Rutte) is de eerstverantwoordelijke daar waar het de Koning betreft. De ministeriële verantwoordelijkheid strekt zich dus ook uit over handelingen in de privésfeer mits dit het algemeen belang raakt. De Grondwet zwijgt echter over een onderscheid tussen de handelingen van de koning als ambtsdrager en de koning in persoon. Dit maakt het dan vaak ook lastig te bepalen of het handelen van de koning de minister is toe te rekenen. Dat de verantwoordelijkheid onderhevig is aan veranderende inzichten maakt dit vraagstuk nog complexer. Het lijkt in een netelige situatie zoals deze evident dat de koning zich onverschillig op heeft gesteld ten aanzien van de huidige coronamaatregelen. Hiermee is geen juist signaal naar de samenleving afgegeven. Rutte nam de volle verantwoordelijkheid voor het handelen van de koning en legde hierover verantwoording af aan de Tweede Kamer.

Verantwoordelijkheid impliceert dat er controle zou moeten worden uitgeoefend op de koning. Wanneer er sprake is van een verhoogde mate van potentiële schade betreffende het landsbelang, is controle een effectief middel om de mogelijke schade af te wenden. Binnen een situatie als deze is echter de vraag wat de omvang van de controle van de minister is. Het eerste mogelijke scenario is dat het staatshoofd zelf heeft besloten op reis te gaan en tegen een advies van Rutte inging. Binnen dit scenario sorteert de controlefunctie weinig effect en zal de conclusie ook zijn dat er een verhouding is ontstaan tussen koning en de ministers die staatsrechtelijk moeilijk stand zal houden in de toekomst. Het tweede scenario is dat er te weinig controle is op de koning. Hier is sprake van een verwaarlozing van de controlefunctie die inherent is aan de ministeriële verantwoordelijkheid. Beide scenario’s leveren geen beeld op van een evenwichtig werkende constitutionele monarchie. Jammer genoeg zal men er nooit achter komen hoe het contact tussen minister en koning en daarmee de controlefunctie vorm wordt gegeven. Dit contact tussen ministers en koning valt onder het staatsgeheim. Dit wordt aangeduid als het geheim van Noordeinde.

Dat de minister verantwoordelijk is voor het handelen van de koning betekent ook dat hierover verantwoording naar de Kamer zal plaatsvinden. In het licht van artikel 42 lid 2 Gw is het dan ook uiterst opmerkelijk dat de koning zelf het hermelijnen boetekleed aantrok. Door de persoonlijke spijtbetuiging vond een doorkruising van de constitutionele inrichting plaats. Volgens de Grondwet is de koning onschendbaar en dient voor zijn handelen geen aanvullende verantwoording af te leggen. De taak van verantwoording is de minister
toegeschreven. De motieven lijken duidelijk die aan deze spijtbetuiging ten grondslag liggen. Een charmeoffensief werd door de koning ingezet om de langlopende discussie over de positie van de koning binnen ons staatsbestel niet verder te laten oplaaien. De positie van de koning(in) is de afgelopen jaren aan veel erosie onderhevig geweest. Daarin lijkt het geen geschikte onderneming om de staatsrechtelijke werking van artikel 42 lid 2 Gw te doorkruisen met als doel de positie van de koning veilig te stellen. Het verstevigen van koningschap wordt niet bereikt door de Grondwet te doorkruisen aangezien het koningschap juist wordt geconstitueerd door deze Grondwet. Er vindt hierdoor een schending plaats van hetgeen de koning onschendbaar maakt.

De Raad van State bracht in 2000 een advies 1 uit waar duidelijke standpunten werden opgenomen ten aanzien van de ministeriële verantwoordelijkheid voor de koning. Deze verantwoordelijkheid geldt, aldus de Raad, voor het gehele koninklijke optreden. Deze verantwoordelijkheid houdt in dat niet alleen desgevraagd, maar ook uit eigen beweging door
of namens de minister-president uitleg gegeven zal moeten worden. Van belang is dat de eventuele discussies zich in ieder geval afspelen in de relatie tussen de minister-president en Staten-Generaal. Voorkomen moet worden dat de RVD de bron wordt die informatie verstrekt met het gevolg dat discussies zich wel in de media en niet in de verhouding tussen minister-president en Staten-Generaal afspeelt. De spijtbetuiging van de koning vond in dit geval buiten het speelveld van de minister-president en de Staten-Generaal plaats. Minister-President Rutte stelde naar aanleiding van de videoboodschap dat de koning binnen het staatsrecht de mogelijkheid heeft om zijn persoonlijke gevoelens te uiten. De premier verwees bijvoorbeeld naar de toespraak van de koning bij zijn inhuldiging en naar de jaarlijkse kersttoespraak. Dit lijkt mij geen juiste weergave van het staatsrecht aangezien de voorbeelden die Rutte aanhaalde een persoonlijke uiting betrof die betrekking hadden op de uitoefening van een ceremoniële functie..

Naar aanleiding van de misstap van de koning laat Rutte per brief aan de Kamer weten dat hij pal staat voor de daden van het koningshuis. Tegelijkertijd heeft hij in dezelfde brief helder gemaakt onder welke voorwaarden Willem-Alexander een privéreis mag maken. Daarmee is de vrijheid van de koning verder ingeperkt en getracht een staatsrechtelijke crisis te voorkomen. Alles overziend heeft het voorval aangetoond dat er niet is gehandeld op een
wijze die een goed functionerende constitutionele monarchie betaamt.