Notice: Constant WP_DEBUG already defined in /www/wp-config.php on line 93 Restitutie van roofkunst en de Europese Unie – Nota Bene
Restitutie van roofkunst en de Europese Unie
Generaal Eisenhower inspecteert teruggevonden roofkunst in een Duitse zoutmijn vlak na de WOII.

Restitutie van roofkunst en de Europese Unie

Momenteel schrijf ik mijn bachelorscriptie over roofkunst en de rol van de EU hierin. Eerlijk gezegd doe ik dit met veel plezier want het is en enorm interessant onderwerp! Dit wil ik natuurlijk graag delen met mijn medestudenten, dus hierbij een ietwat ingekorte versie van mijn scriptie.

Wat is restitutie van roofkunst?

Restitutie betekent de teruggave van een goed aan de verzoekende partij. Dat goed is een werk van kunst, ook wel cultuurgoed genoemd. Een kunstwerk wordt roofkunst als de oorspronkelijke eigenaar onvrijwillige het bezit ervan is verloren ten tijde van een gewapend conflict.[1] Denk hierbij aan nazi- of sovjetroofkunst en koloniale roofkunst, maar ook recentere roofkunst uit het Midden-Oosten.

De grootste categorie roofkunst is naziroofkunst, waarover in 1998 de Washington Principles (hierna: WP) zijn aangenomen. In totaal 44 landen, waaronder Nederland, hebben dit convenant ondertekend. Hierin is vastgelegd dat een ‘just and fair solution’ gezocht moet worden in zaken waarin erfgenamen teruggave vorderen van kunst die zij door toedoen van het naziregime hebben verloren. Dit gebeurt met alternatieve geschillenbeslechting, waardoor verjaring als verdedigingsgrond is uitgesloten.[2]

Nederland heeft de WP ten uitvoer gelegd met de oprichting van de Restitutiecommissie in 2001. Deze adviseert de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de vraag of deze een werk van naziroofkunst moet teruggeven aan de verzoeker, vaak een erfgenaam. Hieraan voorafgaand doet de commissie onderzoek en maakt een feitenrapport waar de verzoekers en de bezitter – dit kan zijn de Staat, een lagere overheid of een particulier – op kunnen reageren. Vervolgens beslist de commissie op grond van de redelijkheid en billijkheid.[3]

Met deze redelijkheid en billijkheid wil Nederland recht doen aan een ‘just and fair solution’ uit de WP.[4] Om tot een redelijke en billijke uitkomst te komen moet een belangenafweging worden gemaakt tussen het belang van de verzoeker en het publiek belang. De gevolgen hiervan worden duidelijk in de Lewenstein- en Semmel-zaken.

Het restitutieverzoek van de erfgenamen Lewenstein werd afgewezen. Het betrof een schilderij van Kandinsky dat in het Stedelijk Museum Amsterdam hing en van groot belang was voor het museum. De erfgenamen zouden de onvrijwilligheid van het bezitsverlies in de WOII en de persoonlijke band met het werk niet voldoende aannemelijk hebben gemaakt.[5]

De erfgenamen Semmel hadden twee verzoeken ingediend voor twee schilderijen. Eén bevond zich in het Groninger Museum en de ander in het Centraal Museum Utrecht. Het laatste is niet teruggegeven want het was te belangrijk en paste goed in de collectie. Het eerste is wel teruggegeven want het lag in het depot en was in slechte staat.[6]

Met bovenstaand beleid is de Restitutiecommissie onder vuur komen te liggen. Nederland zou de WP schenden door het belang van de bezitter mee te laten wegen. Er zou onterecht gradaties in de onvrijwilligheid van het bezitsverlies worden aangebracht. Ook moeten erfgenamen nu hun persoonlijke band met het werk gaan aantonen, wat stuit op bewijsproblemen gezien de grote tijdspanne tussen het bezitsverlies en het restitutieverzoek. De bezitter kan nu beweren dat door tijdsverloop het werk te belangrijk is geworden voor het publiek belang, waardoor de verjaring weer om de hoek komt kijken. Hieruit valt te concluderen dat er behoefte is aan transparanter, eenduidiger beleid waarbij problemen als bewijslast en verjaring worden uitgesloten.[7]

Alle lidstaten bij de WP leggen deze op een andere manier ten uitvoer. Landen als Rusland en Polen doen eigenlijk helemaal niks. Hieraan zullen helaas geen consequenties worden verbonden, aangezien de WP niet bindend zijn. Naast Nederlands zijn er nog vier Europese landen met een soort restitutiecommissie: Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd-Koninkrijk. Ook zij hebben allemaal hun eigen beleid, lang niet altijd gesteund op redelijkheid en billijkheid.[8] Hieruit blijkt dat er in de EU zeker nog winst te behalen valt op het gebied van restitutie van roofkunst.

En wat heeft de EU hiermee te maken?

De EU onderschrijft de WP met de Vilnius-verklaring ui 2000 en de Teresienstadt-verklaring uit 2009. Net als de WP hebben deze alleen betrekking op naziroofkust en zijn ze niet bindend.

In de vorige eeuw zijn er wel bindende wetten tot stand gekomen zoals de Haagse Conventie inzake de bescherming van cultuurgoederen in een gewapend conflict van 1954, de UNESCO-Conventie inzake illegale handel in culturele goederen uit 1970 en de UNIDROIT-Conventie inzake gestolen en illegaal geëxporteerde cultuurgoederen van 1995. Er zijn echter een paar kanttekeningen te plaatsen bij deze wetgeving.

Ten eerste hebben ze vooral betrekking op de illegale handel in cultuurgoederen. Ten tweede noemen alleen het UNESCO- en UNIDROIT-verklaring de teruggave van cultuurgoederen en dit wordt bovendien niet geconcretiseerd. Dit geeft veel vrijheid aan de lidstaten bij de tenuitvoerlegging.

De EU heeft harmoniserende wetgeving aangenomen in de vorm van een Verordening uit 2009 en een Richtlijn uit 2014. Natuurlijk weet iedereen nog glashelder uit zijn eerste jaar Europees Recht dat een verordening in haar geheel bindend is en een richtlijn alleen ten aanzien van het te bereiken resultaat.[9] Beide wetgevingen zijn opgericht in het kader van de interne markt. De Verordening uit 2009 gaat wederom om illegale handel in cultuurgoederen.

 Interessanter is de Richtlijn betreffende de teruggave van cultuurgoederen. Hoewel minimaal harmoniserend, komt dit het dichtst in de buurt van restitutie van roofkunst. De Richtlijn spoort de lidstaten aan om een autoriteit aan te wijzen die bevoegdheden uitoefent en met elkaar samen werken.

 Wat opvallend is aan alle bovenstaande wetgeving is dat het restitutie betreft tussen lidstaten onderling. Particulieren als erfgenamen worden nergens benoemd.

Alle hierboven besproken wetgeving vormt grondslagen voor en resolutie van januari dit jaar van het Europees Parlement.[10] Deze keer niet in het kader van de interne markt, maar met het oog op justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen.[11] In de Resolutie uit het Parlement het verlangen om nationaal en internationaal privaatrecht meer te betrekken bij wetgeving omtrent grensoverschrijdende restitutieclaims waarbij ook particulieren partij zijn. De focus zou tot dusver vooral hebben gelegen op publiek recht en bestuursrecht.[12] Deze wetgeving kan betrekking hebben op erkenning van uitspraken, regels over jurisdictie en toegang tot rechters, verjaring en eigendomsrecht.[13] Vooral verjaring is hier interessant omdat tot nu toe behandelde wetgeving hieromtrent niet gunstig was. Verder wordt samenwerking gestimuleerd op het gebied van herkomstonderzoek, informatie-uitwisseling, samenwerking met derde landen, archivering, registratie, financiering en toegang tot informatie.[14] De Commissie en de lidstaten worden aangespoord om restitutie voor private partijen te faciliteren.[15] Ook alternatieve geschillenbeslechting wordt gezien als een mogelijkheid.[16]

 Het is nu aan de Europese Commissie om te handelen en zij heeft van het Parlement een breed scala aan bevoegdheden meegekregen. Te beginnen met samenwerking in herkomstonderzoek, informatie-uitwisseling, archivering en registratie. Ik vind dat dit zo breed mogelijke getrokken moet worden over alle categorieën roofkunst. Voor al deze categorieën is dit immers van belang.

Als we dan verder gaan kijken naar de daadwerkelijke geschillenbeslechting wordt het complexer. Restitutiebeleid in landen is gesteund op nationale wetgeving, tradities en geschiedenis.[17] Toch zou het ongunstig zijn als dezelfde zaak in verschillende landen tot verschillende uitkomsten leidt, zoals in de Glaser-zaak gebeurde.[18] Daarom zie ik mogelijkheid in een concrete, geharmoniseerde interpretatie van de WP en de Vilnius- en Teresienstadt-verklaring. Op die manier moeten alle Europese landen deze afspraken ten uitvoer geven, maar kunnen ze er wel elk hun eigen invulling aan geven, waardoor hun soevereiniteit behouden blijft. Dit doet recht aan het uiteindelijke doel van deze wetgeving en dat is gerechtigheid voor de erfgenamen.


[1] Art. 2 lid 1 Instellingsbesluit adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 2 oktober 2018.
[2] Inleiding en artt. 7-11 Washington Conference Principles on Nazi-Confiscated Art (3 december 1998).
[3] Art. 2 Instellingsbesluit. Zie ook Een toekomstgericht restitutiebeleid. Over een duurzame, transparante en onomstreden organisatie rondom restituties, rapport van Berenschot Groep B.V., mei 2015, p. 14-17.
[4] Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Voorzitter van de Tweede Kamer de Staten-Generaal van 22 juni 2012, 25839 nr. 41, onder ‘Aanbevelingen 1 en 2’.
[5] Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, Bindend advies inzake het geschil over de teruggave van het schilderij ‘Bild mit Häusern’, door Wassily Kandinsky, thans in het bezit van de gemeente Amsterdam, 22 oktober 2018, dossiernummer: 3.141, overweging 6.8.
[6] Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, Bindend advies inzake het geschil over teruggave van het schilderij getiteld Madonna met wilde rozen van Jan Scorel uit het bezit van Richard Semmel, thans in bezit van de Gemeente Utrecht, 25 april 2013, dossiernummer: 3.131, overweging 7.6 en Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, Bindende advies inzake het geschil over teruggave van het schilderij Riviergezicht met aanlegplaats van Maarten Fransz. van het Hulst uit het bezit van Richard Semmel, thans in bezit van Stichting Kunstbezit en Oudheden Groninger Museum, 25 april 2013, dossiernummer: 3.126, overweging 7.6.
[7] G.J.T.M. van den Bergh, ‘Nederland is met roofkunst op de verkeerde weg’, NRC Handelsblad 14 december 2018. Zie ook W. Fisher & A. Webber, ‘Schande dat deze roofkunst in het museum mag blijven hangen’, NRC Handelsblad 7 december 2018, T.I. Oost, ‘Maak Restitutiecommissie minder kwetsbaar’, de Volkskrant 1 januari 2019, R.J.Q. Klomp, ‘Restitutie van oorlogskunst: houdt het dan nooit op?’, AA juni 2017 en M. Renold, Cross-border restitution claims of art looted in armed conflicts and wars and alternatives to court litigations, study for  European Parliament’s Committee on Legal Affairs, Brussels: Policy Department for Citizens’ Rights and Constitutional Affairs 2016, Hoodstuk 2.
[8] T.I. Oost, In an Effort to do Justice? Restitution Policies and the Washington Principles, Amsterdam: Centre of Art, Law and Policy, University of Amsterdam 2012. Zie ook A. Ribbens, ‘Eens gestolen, altijd gestolen’, NRC Handelsblad 1 november 2017.
[9] Art. 288 VWEU.
[10] Resolution P8_TA(2019)0037 by the European Parliament (17 January 2019) on cross-border restitution claims of works of art and cultural goods looted in armed conflicts and wars.
[11] Art. 81 lid 2 WVEU.
[12] Artt. 3, 6, 12, 13, 23 Resolutie P8_TA(2019)0037.
[13] Art. 81 lid 2 VWEU en artt 22 en 29 Resolutie P8_TA(2019)0037.
[14] Artt. 11, 14-20, 24, 26-28, 33 Resolutie P8_TA(2019)0037.
[15] Artt. 3, 4, 8, 14, 30 Resolutie P8_TA(2019)0037.
[16] Art. 21 Resolutie P8_TA(2019)0037.
[17] T.I. Oost, In an Effort to do Justice? Restitution Policies and the Washington Principles, Amsterdam: Centre of Art, Law and Policy, University of Amsterdam 2012.
[18] T.I. Oost, ‘Restitution Policies on Nazi-Looted Art in the Netherlands and the United Kingdom: A Change form a Legal to a Moral Paradigm?’, International Journal of Cultural Property 2018/25, p. 165.