Notice: Constant WP_DEBUG already defined in /www/wp-config.php on line 93 Redden studenten de sociale advocatuur? – Nota Bene
Redden studenten de sociale advocatuur?

Redden studenten de sociale advocatuur?

Stel je voor: je bent sociaal advocaat … Er komt iemand naar je kantoor toe met een boodschappentas vol papier, zonder genoeg inkomen om een advocaat te betalen. Je houdt van je baan en wil die cliënt zo goed mogelijk helpen, maar je dreigt ook zelf ten onder te gaan aan de hoge werkdruk en de lage inkomsten. Wat zou je doen? 

Twee derde van de sociaal advocaten overweegt de toga aan de haak te hangen.[1]  Beginnende professionals specialiseren zich ook nauwelijks meer in de sociale advocatuur. De afgelopen acht jaar daalde het aantal twintigers in de beroepsgroep zelfs met vijftig procent. Het tekort aan sociale advocaten zal alleen nog maar oplopen door de vergrijzing van de huidige advocaten. Dat kan tot gevolg hebben dat rechtsbijstand een privilege wordt, in plaats van een recht zoals het zou moeten zijn.

Doordat de afgelopen jaren flink bezuinigd is op de sociale advocatuur staat het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand onder druk.  Dit stelsel wordt beschermd door de Nederlandse Orde van Advocaten, die zich inspant voor een goede rechtsbedeling.[2]  Nu het sociaalrechtelijke systeem zo onder druk staat, wordt er gezocht naar nieuwe oplossingen, zowel op grote als kleinere schaal. Ook rechtenstudenten werden betrokken om mee te denken over de oplossing van de huidige problemen binnen de sociale advocatuur. Van 2 tot 30 oktober vond de  Design Thinking: Sociale Advocatuur plaats, georganiseerd door de Amsterdam Law Hub en de Raad voor Rechtsbijstand.

Bij de ideeënwedstrijd hebben groepen studenten nagedacht over een mogelijke oplossing om de werkdruk te verminderen binnen de sociale advocatuur. Zo heb ik samen met een groepje rechtenstudenten bestaande uit Anne Bartlema, Jessenia Alvedo Cruz en Nadia Gandar ook deelgenomen met dit project en hebben wij gewonnen met ons idee. Ons mogelijke oplossing is studenten inzetten als assistenten bij sociale advocaten om de werkdruk en vergrijzing tegen te gaan. Het is ons streven om in het tweede jaar van de Bachelor Rechtsgeleerdheid het vak ‘Inleiding in de sociale advocatuur’ aan de keuzevakken toe te voegen. Het vak zou gedurende de eerste helft van het blok op de theorie gericht zijn om de studenten de vaardigheden te leren die ze tijdens de tweede helft van het blok in de praktijk gaan toepassen. De lengte over het totale traject zal maximaal één jaar zijn.

Studenten helpen de sociale advocaten via een website. De sociale advocaat contacteert een student via de website om te vragen of die hem kan helpen met een bepaalde taak. Zo kan de student de uren die hij voor zijn studie in de praktijk moet doorbrengen vervullen en kan de sociale advocaat op een efficiënte manier geholpen worden. De studenten helpen met laagdrempelige taken die onderdeel zijn van het werk van de sociaal advocaat, maar wel zorgen voor een hogere werkdruk.

Een van de laagdrempelige taken van de studenten is dat de studenten de cliënten deels voorzien  van belangrijke informatie, bijvoorbeeld omtrent werken op basis van een toevoeging. Doordat de advocaat de cliënten niet zelf alles over de sociale advocatuur uit moet leggen verlichten de studenten zo de werkdruk van de advocaat.

Daarnaast komen de studenten één uur in de week samen met andere studenten die het vak volgen om problemen te bespreken. De universiteit wordt zo dé plek waar studenten leren en de website wordt de plek om te helpen. Het cijfer waarmee studenten het vak afsluiten wordt gebaseerd op beoordelingen en een wetenschappelijk onderbouwd essay dat ze schrijven. En ook iets om niet te vergeten: Doordat studenten dit vak volgen en al wat verantwoordelijkheid krijgen, zullen meer studenten kiezen voor de sociale advocatuur.

Met een groepje ambitieuze rechtenstudenten hebben we een innovatief idee voorgelegd wat er op korte termijn zou kunnen gebeuren voor vermindering van de werkdruk van sociaal advocaten. Karin van Lotringen, sociaal advocaat bij Advokatenkollektief  OOST en Krijn de Jonge, Raad voor de Rechtsbijstand waren bereid om een aantal vragen te beantwoorden voor de Nota Bene. 

Karin van Lotringen

Hoe ervaart u de sociale advocatuur  op dit moment in tijden van corona?

Het is voornamelijk thuiswerken, waarbij ik het contact met collega’s mis. Thuiswerken is veel efficiënter, maar ook saaier. Cliënten spreek ik met name telefonisch, maar een enkele keer live. Ik heb ook cliënten die slecht Nederlands spreken en bijvoorbeeld niet eens een emailadres hebben. Met een cliënt heeft corona daardoor voor een vertraging gezorgd. De cliënt heb ik nauwelijks gezien en was moeilijk bereikbaar. De meeste mensen lezen hun email gelukkig wel en zijn bereikbaar per telefoon. Als je alleen belt met mensen en ze kennen je niet, dan is dat toch heel anders dan wanneer je ze in het echt ziet. Een live gesprek geeft een betere en completere indruk. Het is prettig om als je met mensen werkt ze in ieder geval een keer gezien te hebben. Ik doe familierecht en huurrecht en op het gebied van inkomensderving merk ik op dit moment niks. Het is nog steeds heel druk.

Wat vindt u het grootste probleem binnen de sociale advocatuur?

Al van voor 2013 is het Ministerie van Justitie en Veiligheid bezig met het bezuinigen op de bijdragen voor dit werk. Dat zorgt ervoor dat minder rechtenstudenten met het beroep beginnen. Het heeft ook het effect gehad dat advocaten stoppen en echt gestopt zijn met het vak. Het is broodnodig dat we er zijn, er is ontzettend veel werk dat echt noodzakelijk is. Wij merken dat er iedere dag  advocatenkantoren stoppen met dit soort werk, we zijn niet de enigen in Amsterdam maar we merken dat de druk op de bestaande kantoren flink toeneemt. We zijn continu bezig met mensen de deur te wijzen,  omdat we te veel werk hebben.

Waar ligt  dit probleem volgens u aan? 

Het werk is ingewikkelder geworden door ingewikkeldere, veranderende regelgeving, waardoor het meer tijd kost, terwijl de vergoeding voor het werk niet is meegegroeid. De overheid bedenkt continu meer en nieuwe regels, waardoor de burger steeds meer juridische vraagstukken heeft op te lossen. Er is daardoor onverminderd behoefte aan dit werk. Er is geen ander probleem dan dat de vergoedingen voor het werk al jarenlang tekortschieten, omdat deze ongeveer 25 jaar geleden vastgesteld zijn aan de hand van de juridische vraagstukken van toen. Door de niet meegroeiende vergoedingen en zelfs bezuiniging daarop hebben advocaten moeten bezuinigen op de kantoorkosten en is in de meeste gevallen het personeel wegbezuinigd. Advocatenkantoren zijn opgesplitst en advocaten zijn vaker alleen van huis uit gaan werken. Daardoor is onderling overleg in zaken verdwenen en is de advocaat al het werk zelf gaan doen. Alles om maar kosten te besparen. De werkdruk is hoog voor een nogal laag inkomen. 

Denkt u dat de problemen binnen de sociale advocatuur op dit moment onvoldoende door politieke besluitvorming worden opgelost? Waarom wel of niet?

Ja, de minister weigert de vergoedingen aan te passen, terwijl een rapport van een door het ministerie aangestelde commissie heeft aangetoond dat deze volstrekt ontoereikend zijn. Daarnaast wordt door alle ministeries continu nieuwe regelgeving gemaakt. Als er zaken regels veranderen merken wij dit vaak aan toename van het werk. Nieuw is nu dat het ministerie voor nieuwe regelgeving wel bereid lijkt te zijn extra tijd te compenseren in de vergoeding. Echter, in rechtsgebieden als familierecht waarin juist in de afgelopen 20 jaar heel veel dingen zijn gewijzigd, die extra werkdruk opleverden, is dat nog steeds niet hersteld. En familierecht is al jaren de slechtst betaalde tak van sport in de sociale advocatuur. Maar het werk blijft, dus de behoefte aan advocaten op dit terrein is onverminderd groot. In de afgelopen jaren zijn er veel familierechtadvocaten opgehouden met het doen van toevoegingen. Dat merkt ons kantoor dagelijks. De toeloop is ontzettend groot, en wij kunnen steeds vaker zaken niet aannemen, omdat we helemaal vol zitten. Het ministerie laat die leegloop op dit moment gewoon gebeuren.

Uitleg: Sociaal advocaten worden toegevoegd aan een cliënt. Daarom noemen we dit rechtsbijstand op toevoeging. De vergoedingen van toevoegingen zijn gebaseerd op een forfaitair systeem, waarbij je een vast aantal uren voor een bepaalde procedure in een rechtsgebied vergoed krijgt, ongeacht de tijd die je eraan besteedt. Zo krijg je bijvoorbeeld voor een huurrecht procedure 9 punten, wat betekent dat 9 uur vergoed wordt. Bestuursrecht 8 uur en bij het familierecht wordt in de meeste zaken maar 7 uur vergoed. Wij zijn ook veel tijd kwijt met het kennen en uitzoeken van de regelgeving die de Raad voor Rechtsbijstand hanteert ten aanzien van de zogeheten toevoegingen, omdat de Raad de verantwoordelijkheid voor het juist toepassen van dit ‘toevoegrecht’ bij de advocaat gelegd heeft.

Vroeger was er een Bureau Rechtshulp waar mensen naar toe konden met maatschappelijk werkers. Dan moest men een sociaal raadslid spreken en als het een ingewikkeld probleem werd dan kon men bij een advocaat terecht. Het Bureau Rechtshulp is afgeschaft, alle rechtsbijstand wordt geleverd door de advocaten. Door alle bezuinigingen zou het ministerie wel moeten nadenken over herinvoering van het huis waar iedereen bij elkaar komt, Bureau Rechtshulp. 

Ziet u een oplossing voor het probleem van de te lage vergoeding voor het werk binnen de sociale advocatuur?

We zouden denk ik het beste terug kunnen gaan naar het systeem voor de Bureau Rechtshulp. Naar het Bureau Rechtshulp konden mensen voor hun juridisch probleem. Daar zaten allerhande juristen en hulpverleners, zodat cliënten een maatschappelijk werker of sociaal raadslid konden spreken. Als het een ingewikkeld probleem werd dan konden cliënten bij de advocaat van het bureau terecht. Veel werk werd gedaan door juristen, maar geen advocaat. Dat kan op zich ook, want in het bestuursrecht en bij de kantonrechter is rechtsbijstand van een advocaat niet verplicht en kan je je dus ook laten bijstaan door een andere gemachtigde of het zelf doen. Op zich zijn advocaten alleen verplicht in het familierecht en handelsrecht bij procedures boven € 25.000.[3]  De bureaus rechtshulp zijn afgeschaft waarna alleen de rechtsbijstand van een advocaat vergoed wordt met een toevoeging. Dus ook voor bestuursrechtzaken en kantonzaken wordt alleen de inzet van een advocaat vergoed. Vervolgens wordt steeds meer bepaald welk werk in de rechtsbijstand niet vergoed wordt als het door een advocaat gedaan werd. Daardoor moeten wij cliënten voor allerhande problemen weer doorverwijzen naar een ander loket, terwijl wij hen vroeger even zelf hielpen met wat bijkomende problemen. Dat maakt het voor de cliënt ingewikkeld en die ziet soms door de bomen ook het bos niet meer. Bovendien moet hij elke keer weer opnieuw zijn verhaal doen. Cliënten zijn er echt het meeste bij gebaat als een enkel persoon zoveel mogelijk af kan handelen voor hen.

Wat vind u van ons idee om studenten te koppelen aan sociaal advocaten voor studiepunten aan de universiteit en de hogeschool?

We hebben de tijd hard nodig om voldoende zaken te behandelen. Aan stagiairs, waarmee we ook hebben gewerkt, is veel begeleiding gekoppeld. Het lukt ons niet qua tijd om te zorgen voor die begeleiding. Al het personeel is zelfs wegbezuinigd, waardoor wij alles zelf doen, inclusief de financiële administratie.

Het probleem is inmiddels ook dat we zo krap gehuisvest zijn doordat ook daar op bezuinigd is, dat we stagiaires en studenten geen plaats meer kunnen bieden op kantoor. En dat dagelijks contact en begeleiding is wel nodig. Als er een vergoeding voor begeleiding van de studenten is dan wordt het weer anders. Of dat helpt voor onze hoge werkdruk, is dan nog maar de vraag. Als studenten voor korte tijd aan kantoor verbonden zijn, moet je iedere keer weer uitleggen wat de bedoeling is en wat je nodig hebt. Dat vergt ook veel tijd. Derdejaars HBO stagiairs, tweedejaars  WO en HBO stagiairs die initiatiefrijk, onderzoekend en nieuwsgierig zijn zou een mogelijkheid zijn. Studenten uit het eerste jaar is wel lastig.

Wat kan de Raad voor de Rechtsbijstand volgens u doen om het probleem van de te lage vergoeding voor het werk binnen sociale advocatuur op te lossen?

De Raad verzwaart nu iedere keer ons beroep een beetje, door strengere specialisatie-eisen te stellen en door steeds maar te schrappen op of aan te scherpen wat nog wel vergoed wordt. Als de raad dat nou eens beperkt tot een ronde van wijzigingen/aanscherpingen eens in de vier jaar, waardoor advocaten weten waar ze aan toe zijn en ook weten wanneer ze weer een ronde met wijzigingen kunnen verwachten.  Daarnaast zou de raad nieuwe instroom in het vak kunnen faciliteren door studentstages bij sociale advocatuurkantoren mogelijk te maken, waarbij ze een vergoeding voor begeleiding van het kantoor en een stagevergoeding voor de student subsidiëren. Zo is de Raad recent gestart met het aanbieden van een subsidie voor de beroepsopleiding als een advocaat-stagiair start bij een kantoor dat veel toevoegingen doet, maar het begint natuurlijk al met studenten de mogelijkheid te geven een kijkje in de keuken te komen nemen. Dan zien ze hoe leuk het vak is, hoe het werkt, en is een keuze daarna voor de sociale advocatuur ook bestendiger.

We hebben het in de introductie kort gehad over de het boodschappentasprobleem. Een cliënt, die met een tas vol papier, naar u toe komt voor hulp, maar niet weet welke papieren belangrijk zijn en geen overzicht heeft. Hoe ervaart u zelf de problematiek van de ‘boodschappentas’ ?

Die is er wel, maar niet voor iedere cliënt op deze manier. Het is voor iedere cliënt lastig te beseffen wat een advocaat precies nodig heeft. Er zijn zoveel papieren waarbij de cliënt geen idee heeft waar het voor dient. Soms komt iemand met een tas met papieren, die hij zelf niet kan selecteren op belang voor de zaak. Dan gaan we door de hele tas heen. Dit komt wel eens voor, maar niet zo vaak, althans niet in de zaken die ik doe. Als iemand echt niet begrijpt wat ik nodig heb, dan vraag ik de cliënt om een machtiging te ondertekenen waarmee ik de gegevens op kan vragen bijvoorbeeld bij de huisarts of bij de financiële instelling.

Heeft u een idee dat het storend is als iemand met een boodschappentas naar u toekomt?

Het hangt af van iemands problemen, soms wil je iemand bij de hand nemen om het eindelijk eens een keer op te lossen, bij sommige mensen zijn dat soort boodschappenkarren een soort metafoor voor de problemen. Sommige mensen kunnen het probleem gewoon niet oplossen, andere mensen kunnen het wel. Ik vind het lastig om iemand te zien die zelf wanorde maakt in plaats van iemand die zelf echt zijn best doet. Soms sturen mensen foto’s van papieren, die slecht leesbaar en printbaar zijn. Dat geeft dan toch nog wel veel werk om uit te zoeken. Het is echter wel wat bij dit werk hoort.

Kan ons idee ervoor zorgen dat het probleem van de boodschappentas verlicht ?

Dat zie ik niet zo goed voor me, nee. In mijn praktijk valt het probleem van de boodschappentas nog mee. Ik ervaar dat niet bij iedere cliënt zo, totaal niet. In relatie tot de problematiek met vergoeding gaat het ons niet zoveel tijd opleveren dat het echt veel beter wordt. Als er korte lijnen zijn tussen advocaten en maatschappelijk werkers, dan zou dat veel oplossen. Nu zitten we op zich best ver uit elkaar. Wat het zwaar maakt is het oplossen van de inhoudelijke zaak, directe contact met cliënt, niet de boodschappentas.

Hoe zit het met het Juridisch Loket?

Net als dat studenten bij rechtswinkels meedraaien, konden vroeger studenten bij rechtsbureaus meedraaien. Bureaus Rechtshulp waren vanuit de overheid geregeld. Het Juridisch loket is voortgekomen uit het Bureau Rechtshulp, voor eenmalig advies en doorverwijzen. Het Juridisch loket treed niet op namens een cliënt, dat gebeurde vroeger dus wel in de Bureau Rechtshulp. Daarmee is de schakeling is weggevallen tussen lagen waarin je mensen kan helpen. Het  Juridisch loket is alleen voor intake, ze verwijzen gelijk door naar een advocaat die op dat moment wellicht een zwaargewicht is of ze zeggen ‘Mensen jullie moeten het met deze informatie zelf proberen.’ Het Juridisch loket is een voordeur, maar er zit er zoveel achter. De verbinding en de korte lijnen met de advocaten zijn er nauwelijks

Dank voor het interview.

De Raad voor de Rechtsbijstand was bereid om officieel te reageren op het bovengenoemde interview en de Design Thinking Challenge. Hierbij de volgende reactie:

Raad voor Rechtsbijstand over het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand:

In onze complexe samenleving komen veel mensen vroeg of laat met een juridisch probleem in aanraking. Bijvoorbeeld rond arbeid en uitkering, huisvesting of in de relationele sfeer. Mensen met een laag inkomen kampen vaker met juridische problemen, terwijl het voor hen lastiger kan zijn om goede juridische hulp te krijgen. Daarom is er een stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand, dat rechtshulp toegankelijk maakt voor mensen met een laag inkomen. Bij het Juridisch Loket kunnen zij terecht voor laagdrempelig advies en doorverwijzing. Het is overigens niet altijd nodig om juridische bijstand te krijgen, soms is iemand meer geholpen met een (financieel) advies, of een advies op het relationele vlak. Advocaten en mediators kunnen burgers die een juridisch probleem hebben helpen en hiervoor subsidie aanvragen. Dit stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand garandeert op deze wijze ook voor mensen die de benodigde juridische hulp niet zelf kunnen betalen het (grondwettelijke) recht op toegang tot het recht. Advocaten die op basis van een subsidie (ook wel een toevoeging genoemd) mensen bijstaan noemen we ook wel sociaal advocaten. Overigens combineren veel advocaten (volledig door de cliënt) betaalde rechtsbijstand met gesubsidieerde rechtsbijstand.

Sociale advocatuur is essentieel

Advocaten zijn essentieel om mensen toegang tot het recht te bieden. Dit geldt evenzo voor mensen met een laag inkomen. De Raad voor Rechtsbijstand, die zorgdraagt voor de organisatie van rechtsbijstand voor mensen met een laag inkomen, houdt daarom het aanbod van en de vraag naar sociaal advocaten in de gaten. Weliswaar zijn er voldoende sociaal advocaten actief, toch is het aantal niet meer groeiende en is er ook sprake van vergrijzing. Het werk is de afgelopen jaren steeds complexer en dus tijdrovender geworden, terwijl de vergoedingen in het algemeen niet zijn meegegroeid. Om deze reden wil de Raad voor Rechtsbijstand, samen met de Nederlandse orde van advocaten, de Vereniging Sociaal Advocaten Nederland en de Mediatorsfederatie Nederland, bijdragen aan het verbeteren van de mogelijkheden van (financieel) duurzame, kwalitatief goede, rechtsbijstandverlening en mediation.

Versterking door innovatie en samenwerking

De Raad ziet mogelijkheden om de sociale advocatuur te versterken door innovatie en meer samenwerking. Een van de activiteiten die hiervoor zijn georganiseerd is de ‘Design Thinking sociale advocatuur’. Hiermee wil de Raad een bijdrage leveren aan innovatie in de sociale advocatuur en ook studenten interesseren voor dit belangrijke werk. De Raad is enthousiast over hoe dit heeft uitgepakt. Er zijn drie creatieve en vernieuwende ideeën gelanceerd. Daarnaast was te zien hoe betrokken studenten waren bij het werk van sociaal advocaten. Het winnende idee spreekt de Raad aan omdat dit aan beide doelstellingen bijdraagt: het kan het werk van een sociaal advocaat direct ondersteunen en tegelijkertijd studenten laten leren en ervaren hoe interessant, noodzakelijk en ook leuk het is om rechtshulp te verlenen aan mensen met een laag inkomen. De Raad wil daarom helpen bij het verder ontwikkelen van dit idee!

Subsidie voor opleiding van advocaat-stagiaires

Na de goede ervaring met deze ‘Design Thinking’ wil de Raad vergelijkbare evenementen organiseren in andere studentensteden. Daarnaast kunnen sociaal advocaten vanaf eind van dit jaar subsidie aanvragen voor de opleiding van advocaat-stagiaires. Hiermee hoopt de Raad meer jonge advocaten binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand aan het werk te krijgen. Meer informatie hierover en over andere activiteiten die de Raad verricht om het werk van sociaal advocaten te ondersteunen is te vinden op de website www.rvr.org

Conclusie

De Raad voor de Rechtsbijstand en sociaal advocaat Karin van Lotringen hebben beiden overeenkomsten in hun visies, maar ook zaken waarin de meningen van elkaar verschillen. De overeenkomsten gaan voor het grootste deel over wat er mis is met de sociale advocatuur. Volgens de Raad is het aantal sociaal advocaten niet meer groeiende en is er ook sprake van vergrijzing. Het werk is de afgelopen jaren steeds complexer en dus tijdrovender geworden, terwijl de vergoedingen in het algemeen niet zijn meegegroeid. Karin van Lotringen stelt dat het belangrijkste probleem is dat de vergoedingen voor het werk al jarenlang tekortschieten, omdat deze ongeveer 25 jaar geleden vastgesteld zijn aan de hand van de juridische vraagstukken van toen, dat terwijl het werk door veranderende regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen complexer en tijdrovender is geworden.

Bij de oplossing van het probleem hebben de Raad en Karin van Lotringen andere visies. De Raad wil onder andere vooral investeren in het versterken van de sociale advocatuur door vergelijkbare innovatie evenementen te organiseren en wil ervoor zorgen dat sociaal advocaten vanaf eind van dit jaar subsidie aanvragen voor de opleiding van advocaat-stagiaires, met als doel meer jonge advocaten binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand aan het werk te krijgen. Karin van Lotringen wil vooral terug naar vroeger, waar het Bureau Rechtshulp bestond.

De Raad is heel enthousiast over het voorstel om rechtenstudenten te koppelen aan sociaal advocaten om de hoge werkdruk te verminderen bij sociaal advocaten en wil zelfs helpen met het ontwikkelen van het idee. Karin van Lotringen is kritischer, omdat aan begeleiding van studenten tijd zit en het pas opportuun zou zijn als er een vergoeding zou komen voor de begeleiding én als studenten voor een langere tijd blijven. En zelfs als dat zou kunnen, zou er moeten worden nagedacht over de huisvesting van studenten op kantoor, omdat er te weinig ruimte is.

Wij zouden graag de hulp van de Raad voor de Rechtsbijstand willen gebruiken, om ons initiatief verder te ontwikkelen. Ik deel de mening van sociaal advocaat Karin van Lotringen dat er aan begeleiding van studenten tijd is gekoppeld. Echter, die tijd staat zeker in verhouding met wat de sociaal advocaat ervoor terug kan krijgen op het gebied van vrijwillige hulp. Het zou mooi zijn als de sociaal advocaten een vergoeding krijgen voor de begeleiding. Mocht er geen vergoeding beschikbaar zijn, dan lijkt het initiatief mij nog steeds kansrijk, omdat het nog steeds veel werk uit handen van de sociaal advocaat kan nemen en dus kan zorgen voor een verlaging van de werkdruk. In de corona tijd is iedereen bekend geworden met Zoom en Teams, dus wat betreft online dienstverlening zouden er zeker kansen kunnen liggen indien er geen ruimte is voor studenten om op kantoor te werken.

Kortom, als je sociaal advocaat bent en er iemand naar je kantoor toe komt met een boodschappentas vol papier, zonder genoeg inkomen om een advocaat te betalen, waarbij jouw werkdruk te hoog is, dan zet je voortaan gewoon een leger van gratis studenten in om je lasten te verlichten.


[1] https://www.trouw.nl/nieuws/twee-derde-van-sociaal-advocaten-overweegt-toga-aan-de-haak-te-hangen~bcf50adb/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

[2] Artikel 10a Advocatenwet

[3] Artikel 93 sub a Rv