Notice: Constant WP_DEBUG already defined in /www/wp-config.php on line 93 Identiteitscrisis binnen het OM – Nota Bene
Identiteitscrisis binnen het OM

Identiteitscrisis binnen het OM

In het voorjaar van 2014 krijgt de NRC een in blokletters geschreven brief van een anonieme, hooggeplaatste functionaris binnen het Openbaar Ministerie. Uit angst voor consequenties heeft de klokkenluider er alles aangedaan niet herkend te worden. De aantijgingen die in de brief naar voren komen zijn van dusdanige aard dat ze de top van het OM in enorme verlegenheid kunnen brengen en niemand heeft dat graag openlijk op zijn/haar geweten. In de brief wordt procureur-generaal Marc van Nimwegen ervan beticht een relatie te hebben met een ondergeschikte, te weten hoofdofficier van het functionele parket, Marianne Bloos. Los van het feit dat beiden op dat moment elk een eigen relatie hebben, geldt binnen het OM als overheidsinstantie een strikt verbod op relaties tussen personen die in een gezagsrelatie staan. Ook wordt in de brief gewaarschuwd voor andere integriteitsschendingen en dat alles in de doofpot dreigt te eindigen. Van Nimwegen is niet alleen hoger in rang dan Bloos, maar ook verantwoordelijk voor het personeelsbeleid. Enkele jaren daarvoor was hij betrokken bij het aanstellen van Bloos. De top van de justitiële organisatie zou naar aanleiding van deze situatie besloten hebben Van Nimwegen te benoemen tot hoofdofficier in Rotterdam, toevallig hiërarchisch gezien een functie gelijk aan die van Bloos. Het duurt niet lang voordat deze transfer zich inderdaad voltrekt en Van Nimwegen Fred Westerbeke opvolgt in de Maasstad. Op zijn beurt verhuist Westerbeke naar het landelijke parket, waar Gerrit van der Burg plaatsmaakt en een functie gaat bekleden binnen het college van procureurs-generaal, waar met het vertrek van Van Nimwegen toevalligerwijs net een plekje is vrijgekomen. Het OM is in feite het decor van een baantjescarrousel zoals Thierry Baudet ze alleen in zijn ergste nachtmerries tegenkomt. Hoewel de anonieme bron gelijk heeft over de aanstaande verschuivingen, leidt navraag door het NRC niet tot openbaringen. Zowel de hoogste functionaris binnen het OM, Herman Bolhaar, als Van Nimwegen ontkennen stellig dat er sprake is van een, al dan niet verboden, relatie. Bloos werd niet benaderd, maar ontkende volgens andere bronnen tegenover collega’s alle aantijgingen.[1]

Twee jaar later valt het volgende dominosteentje in de lange rij van gebeurtenissen die leiden tot de penibele situatie waarin het Openbaar Ministerie zich anno april 2019 bevindt. Van Nimwegen en Bloos, die op dat moment al enkele jaren gelijk staan in de hiërarchie binnen het OM, komen er sinds begin 2016 openlijk voor uit een relatie te hebben, wat volgens de Gedragscode Integriteit Rijk geen probleem is, omdat er geen gezagsrelatie meer bestaat. Het bewijst wat velen binnen het OM al dachten, maar nooit bevestigd kregen. Omdat de twee in het midden laten wanneer de relatie precies is gestart, blijft de onvrede sluimeren, totdat in 2018 een kookpunt wordt bereikt en de NRC, vier jaar na de eerste meldingen, alsnog besluit te publiceren over het wel en wee van de OM-top. De druppel die de emmer doet overlopen is de benoeming van Heleen Rutgers tot hoofdofficier van het parket Oost-Brabant. Zij komt daarbij in hetzelfde college van hoofdofficieren terecht als Van Nimwegen en Bloos. Rutgers en Van Nimwegen kennen elkaar al uit hun tijd in Breda. Zij werkten nauw samen, totdat een observatieteam van de politie bij het observeren van een verdachte de twee betrapte en erachter kwam dat de twee meer dan nauw samenwerkten. Hoewel ook deze relatie in strijd was met de Gedragscode van het Rijk, bleef de misstap zonder gevolgen voor de betrokkenen. Sterker nog, enkele jaren later was het Van Nimwegen die, als hoofd personeelszaken, de leiding had over het functioneringsgesprek van niemand minder dan de man waarmee Rutgers getrouwd was voordat ze besloot te bedvogelen met Van Nimwegen. Ook Rutgers Brabantse achtergrond deed het bloed van veel collegeleden koken. Anonieme bronnen van binnen het college bevestigen negatieve gevoelens over Van Nimwegen en zijn ‘Brabantse Maffia’. Men had het gevoel dat een onevenredig deel van de topfunctionarissen binnen het OM uit het zuiden van het land afkomstig was en te veel elkaar de hand boven het hoofd hielden, met in het bijzonder Van Nimwegen die altijd kon rekenen op de onvoorwaardelijke steun van zijn wederhelft Bloos. Verder vallen harde woorden over Van Nimwegen en hoe hij is omgegaan met zijn vermeende affaire met Bloos. De publieke bekendmaking uit 2016 wordt gezien als het toegeven van de leugens waarmee de schimmige baantjescarrousel twee jaar eerder werd omhuld. Een van de weinigen functionarissen binnen de justitiële top die wel onder eigen naam reageerde, was Herman Bolhaar. Na de eerste klokkenluiderbrief bezwoer hij niets te weten van een relatie, maar vier jaar later biecht hij in het artikel van de NRC op onjuiste verklaringen afgegeven te hebben. Desondanks stelt hij in eer en geweten gehandeld te hebben en toentertijd niets geweten te hebben van de mogelijke relatie.

Het artikel, waarin niet alleen niet naar voren komt dat de werksfeer binnen de toplaag van het OM verziekt is, maar ook dat hoge functionarissen integriteit aan hun laars lapten en er vervolgens alles aan deden dit te maskeren, leidt ertoe dat de man aan het justitiële roer, Gerrit van den Burg, besluit stappen te ondernemen. Er wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld, die alle aantijgingen moet onderzoeken. Niet alleen wordt er gekeken wanneer de relatie nu daadwerkelijk opbloeide, maar ook in hoeverre men ervan op de hoogte was en welke stappen daarbij ondernomen zijn om de affaire in de doofpot te krijgen, specifiek de overplaatsing van Van Nimwegen naar Rotterdam in 2014. Hoewel er binnen deze casus al genoeg roddel en achterklap bleek te zijn voor Jan Watse Fokkens, die de leiding had over het onderzoek, om zich doorheen te worstelen, werd de reikwijdte gedurende het onderzoek uitgebreid naar een vermeend geval van belangenverstrengeling. Van Nimwegen zou in zijn tijd als procureur-generaal aanbestedingen van IT-opdrachten zonder fatsoenlijk proces hebben toegewezen aan het bedrijf van zijn zus en zwager.

Terwijl Fokkens en zijn team hun onderzoek uitvoeren en het rapport schrijven, zitten Van Nimwegen en Bloos met buitengewoon verlof thuis. Hoewel Fokkens als voormalig procureur-generaal een absolute professional is, blijkt dat de sleutel van het onderzoek lag bij het onderzoeken van de juistheden van de smeuïge roddels en verhalen die de rondte gingen over de vermeende affaire. Een van de roddels is een conferentieweekend in Zuid-Limburg in 2011, waarbij de hele OM-top in hetzelfde hotel verblijft. Het verhaal gaat dat de kamergenoot van Van Nimwegen expres elders sliep, zodat hij Bloos kon ontvangen. Van Nimwegen stelt echter dat het tegenovergestelde waar is en dat hij elders sliep zodat zijn kamergenoot ruimte had voor nachtelijk bezoek. Fokkens zag deze strijdige verklaring als sleutel tot de vraag of de relatie toentertijd al aan de gang was.[2] Ook onderzocht Fokkens een reis naar Thailand in 2012, waarbij Van Nimwegen en Bloos beiden het OM vertegenwoordigden op een congres voor aanklagers. Volgens verklaringen probeerden de twee een eigen hotel te boeken, uit het zicht van collega’s.  Limburg en Bangkok waren echter niet de enige plaatsen waar de twee topjuristen hun samenwerking een eigen invulling gaven. Volgens de handgeschreven brieven die de NRC in 2014 ontving gebruikten beiden hun dienstwagens om naar een Van der Valkhotel gereden te worden, alwaar de chauffeurs van beiden wachtten tot het weer tijd was om te gaan.

Afgelopen donderdag, 25 april jl. is het rapport van Fokkens gepubliceerd, bijna een jaar na de publicatie van de NRC waardoor de zaak voor het grote publiek aan het licht kwam. De bevindingen zijn geen goed nieuws voor de betrokkenen. Het 113 pagina’s tellende rapport oordeelt vernietigend over het handelen van het OM rondom de relatie. Fokkens stelt in zijn conclusie voldoende aanleiding te hebben gevonden dat de relatie, die officieel pas vanaf 2016 is ontstaan, al sinds 2011 aan de gang is. Over de scène in Limburg wordt geschreven dat ondanks stellige ontkenningen door de betrokkenen, het niet ondenkbaar is dat er toentertijd al een relatie bestond. Omdat het weekend vlak na de aanstelling van Bloos plaatsvond kan daarom niet gesteld worden dat deze relatie geen effect heeft gehad op haar aanstelling, wat zou betekenen dat de aanstelling niet conform de integriteitsregels van het Rijk is verlopen. Ook wordt er ingegaan op de Thailandreis, waar de twee volgens Fokkens vanaf hadden moeten zien, omdat deelname de toen al bestaande geruchtenstroom alleen maar meer zou voeden.[3] Deze geruchtenstroom zou ook de reden geweest zijn, dat Van Nimwegen in 2014 werd overgeplaatst. Zijn eigen verklaring, dat hij op verzoek werd overgeplaatst vanwege ontwikkelende gevoelens voor Bloos, acht Fokkens niet aannemelijk. Eerder denkt hij dat de geruchtenstroom, in combinatie met het speuren door de NRC, de reden zijn geweest voor de geïmproviseerde baantjescarrousel.[4] Niet alleen van Nimwegen komt er dus slecht vanaf. Ook de betrokken bestuurders van het OM moeten het ontgelden. Hen wordt een gebrek aan actie verweten. Hoewel Fokkens erkent dat er geen concreet bewijs was en de twee de relatie ontkenden, hadden er diverse maatregelen genomen kunnen worden. In plaats daarvan gebeurde er niets en werd er pas actie ondernomen toen de reputatie naar buiten toe in gevaar kwam. De angst voor externe reputatieschade woog voor de bewindslieden klaarblijkelijk zwaarder dan de kans om de interne verhoudingen, die al geruime tijd op scherp stonden, te verbeteren. De overplaatsing van Van Nimwegen wordt echter gezien als te verantwoorden. De gezagsrelatie tussen hem en Bloos verdween en omdat er nog steeds geen bevestiging was van het daadwerkelijke bestaan van de relatie was deze stap, waarbij de relatie door de veranderde verhoudingen aanvaardbaar werd, indien die alsnog naar buiten zou komen, een correcte.[5]

De eindconclusie van het rapport is evident vernietigend. Van Nimwegen heeft niet alleen tegen de regels in een relatie gehad met een ondergeschikte, ook heeft hij er alles aan gedaan om deze verborgen te houden voor zijn collega’s en meerderen. Zelfs nadat het voor iedereen duidelijk was dat de twee een relatie onderhielden, hield hij vol dat er niets aan de hand was. Ook de rest van de OM-top heeft steken laten vallen. In plaats van de integriteit te beschermen is ervoor gekozen de reputatie te beschermen, met alle gevolgen van dien. Er is tekortgeschoten in het handhaven van de integriteitsregels, wat niet alleen zorgde voor een verziekte werksfeer binnen de organisatie, maar ook, met het onderzoek en de resultaten ervan, voor een enorme scheur in wat een onkreukbaar imago moet zijn gezorgd. De grote vraag is hoe het OM nu verder gaat. Van Nimwegen en Bloos zitten nog steeds thuis. Eerstgenoemde is geschorst, de tweede is met bijzonder verlof. Het is uitgesloten dat zij terug zullen keren op hun posities, maar een ontslag ligt niet voor de hand.

Het OM heeft echter grotere problemen. De verziekte werksfeer wordt door Fokkens voor een deel op het conto geschreven van het lakse handelen van de eindverantwoordelijken. Van Nimwegen is jarenlang een dominant figuur geweest binnen het college van procureurs-generaal en heeft in die tijd veel mensen tegen zich in het harnas gejaagd met zijn autoritaire uitstraling en gebrek aan empathie.[6] Dat hem lange tijd de hand boven het hoofd is gehouden wordt niet in dank afgenomen. Toch blijkt Gerrit van de Burg het vertrouwen te genieten waar hij om vraagt. Bij publicatie van het rapport stelde hij al dat alles eraan gedaan moet worden om de reputatie te herstellen. Volgens Marcel Haenen, de journalist van de NRC die betrokken was bij de ondertussen beruchte eerste publicatie, staat het gros van de OM-medewerkers achter Van de Burg. Hij staat bekend als een man met uitgebreide kennis van de organisatie en was niet betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming rondom de affaire. De grote vraag is of de publieke opinie hersteld kan worden. De gevreesde reputatieschade is alsnog geleden en in een tijd waarbij elke fout van het OM breed wordt uitgemeten door populistische partijen en media en het vertrouwen in de rechtsstaat onder groepen binnen de bevolking is gedaald tot een laagtepunt, zal het lastig zijn om te laten zien dat het OM toch de feilloze, onkreukbare organisatie is die zij beweert te zijn.


[1] M. Haenen, ‘Hoe de sfeer in de top van het OM verziek raakte’, NRC Handelsblad 15 mei 2018
[2] J. Tromp en E. Stoker, ‘Werden OM-kopstukken Marc van Nimwegen en Marianne Bloos nou wel of niet op het correcte moment verliefd?’, de Volkskrant 24 april 2019
[3] Hoofdstuk 9.2 rapport Commissie Fokkens
[4] Hoofdstuk 9.3 rapport Commissie Fokkens
[5] Hoofdstuk 9.4 rapport Commissie Fokkens
[6] J. Tromp en E. Stoker, ‘Werden OM-kopstukken Marc van Nimwegen en Marianne Bloos nou wel of niet op het correcte moment verliefd?’, de Volkskrant 24 april 2019