Notice: Constant WP_DEBUG already defined in /www/wp-config.php on line 93 Kliekjesdag of klikobak? – Nota Bene
Kliekjesdag of klikobak?

Kliekjesdag of klikobak?

Vandaag de dag zijn er 795 miljoen mensen in de wereld voedselonzeker. Dit betekent dat één op de negen mensen niet genoeg te eten heeft. Dit is onvoorstelbaar als je bedenkt dat er wereldwijd één derde van al het voedsel, met een waarde van 550 miljard euro, wordt weggegooid.

In de hele productieketen en overal ter wereld vindt voedselverspilling plaats. In ontwikkelingslanden wordt het grootste deel van het voedsel verspild aan het begin van de productieketen: het voedsel gaat teniet tijdens de oogst, de opslag en het vervoer. De oorzaken hiervan zijn vaak gelegen in nadelige omstandigheden zoals een slecht wegdek of gebrek aan een goede opslag. In de westerse landen vindt de meeste verspilling aan het einde van de keten plaats: de supermarkten en de consument. De oorzaken staan lijnrecht tegenover die van ontwikkelingslanden: overproductie, supermarkten die geen misvormde groentes willen verkopen en consumenten die voedselresten in de klikobak gooien.

Als vijftienjarig meisje heb ik een tijdje in een supermarkt gewerkt. Ik hield me bezig met het zogenoemde ‘afboeken’. ‘s Avonds haalde ik producten die over datum waren of de volgende dag over datum zouden zijn uit de schappen. Ook producten die er niet meer mooi uitzagen of waarvan de verpakkingen stuk waren, werden weggegooid. Ik vroeg me altijd af waarom die producten niet naar de Voedselbank konden, of desnoods aan werknemers konden worden meegegeven. Die laatste vraag legde ik een keer voor aan mijn teamleider. Hij antwoordde dat dat niet mogelijk was, uit angst dat werknemers expres de verpakkingen zouden stukmaken, zodat ze op deze manier meer voedsel mee naar huis zouden krijgen.

Volgens Toine Timmermans, voedselverspillingsdeskundige verbonden aan de Universiteit van Wageningen, hebben de Nederlandse supermarkten de laatste jaren echter vooruitgang geboekt. Bijna alle supermarkten hebben inmiddels een contract met de Voedselbank. Toch zijn we er nog niet. Supermarkten verspillen gemiddeld 1,5% van de producten. Dit betekent dat er jaarlijks voedsel wordt verspild van in totaal bijna één miljard euro. Van deze anderhalve procent wordt een deel verwerkt tot veevoer en biogas. Dit laatste is volgens Timmermans geen oplossing. Je haalt er namelijk maar weinig energie uit terwijl er voedsel voor wordt gebruikt dat meestal nog van goede kwaliteit is.

Ondanks deze enorme verspilling moet er niet enkel naar de supermarkten gewezen worden; de meeste verspilling vindt namelijk plaats in het consumentenstadium. Volgens onderzoek aan de Universiteit van Wageningen is ongeveer 45% van het verspilde voedsel afkomstig van de consument. Per persoon wordt er 50 kilo voedsel per jaar met een waarde van 150 euro verspild. Om dit te veranderen moeten we als consument structureel ons gedrag aanpassen. Hoewel deze gedragsverandering volgens Timmermans moeilijk te bereiken is, blijkt uit onderzoek dat consumenten voedselverspilling associëren met een negatief moreel gevoel; jij gooit een bord eten in de vuilnis terwijl er aan de andere kant van de wereld iemand honger lijdt.  85% van de onderzochten vindt voedsel in de vuilnisbak gooien beschamend en 75% vindt dit ook onaanvaardbaar. Het besef dat er iets moet veranderen is er dus wel, maar het gedrag blijft achter.

Door kleine aanpassingen zouden we al een hoop teweeg kunnen brengen. Zo weten velen niet dat THT ‘tenminste houdbaar tot’ betekent en TGT ‘te gebruiken tot’. Als er op de verpakking THT staat betekent dit dat de kwaliteit van het product achteruit kan gaan, maar het alsnog geschikt is voor consumptie. Gebruik dan dus je zintuigen om te bepalen of het nog houdbaar is. Probeer daarnaast op maat te koken, zet je koelkast op de juiste temperatuur (4˚C), vraag in restaurants om een doggybag, vries eten in en introduceer een kliekjesdag.

Toch zouden we er met enkel structureel minder voedsel weggooien nog niet zijn. De voedselverspillingsproblematiek heeft een dieperliggende oorzaak waarvan de verspilling op zichzelf slechts een symptoom is. Deze oorzaak is de prijs van het voedsel. Voedselverspilling is in de westerse cultuur een luxe geworden die we ons door de lage prijzen kunnen permitteren. Eten heeft op economisch en moreel vlak zijn waarde verloren. Het is fijn, die goedkope producten, maar toch zullen we als consument moeten toegeven dat we een stadium hebben bereikt waarin ons eten eigenlijk té goedkoop is geworden. Zo goedkoop dat we het eerder weggooien dan dat we het invriezen en hergebruiken.

Slachtoffer van deze lage prijzen zijn de onderbetaalde boeren in ontwikkelingslanden en het tegengaan van voedselverspilling kan een ongewild gevolg voor hen met zich meebrengen. Als we als consumenten minder voedsel zouden verspillen, zouden we namelijk minder eten hoeven kopen en zou er een andere balans ontstaan tussen vraag en aanbod. De prijzen van het voedsel zouden hierdoor door de afnemende vraag waarschijnlijk nog lager worden. Enerzijds betekent dit dat voedsel goedkoper en dus beter bereikbaar wordt voor mensen in ontwikkelingslanden, anderzijds betekent dit dat boeren in ontwikkelingslanden, die een groot deel uitmaken van de mensen zonder eten, nóg minder betaald zouden krijgen voor hun producten. Voor mensen in ontwikkelingslanden zou er derhalve weinig verbeteren. Volgens Toine Timmermans ligt de oplossing hiervoor in het kopen van ‘fairtrade’ producten. Zo krijgen de kleine boeren een eerlijke prijs voor hun producten.

Voedselverspilling is dus een ingewikkeld probleem dat zich niet gemakkelijk laat oplossen. Toch denk ik dat ik het volgende kan stellen: zie voedsel niet als een wegwerpproduct, maar erken de waarde ervan. Stop voedselverspilling waar mogelijk, maar investeer het geld dat je ermee bespaart vervolgens wel in fairtrade producten. Zo help je mee aan een verandering in het voedselsysteem en draag je daarnaast een steentje bij om de honger de wereld uit te helpen.

Bronnen: