Notice: Constant WP_DEBUG already defined in /www/wp-config.php on line 93 Interview André Nollkaemper (decaan Faculteit der Rechtsgeleerdheid) – Nota Bene
Interview André Nollkaemper (decaan Faculteit der Rechtsgeleerdheid)

Interview André Nollkaemper (decaan Faculteit der Rechtsgeleerdheid)

Op 27 februari werd het coronavirus voor het eerst in Nederland geconstateerd. Nederland werd alert, zij het dat de sceptici nog alom vertegenwoordigd waren. Ikzelf rekende mij ook tot deze sceptici. Praktijken zoals die zich voordeden in Italië en China, waar het dagelijks leven in een mum van tijd volledig werd stilgelegd en de ic’s werden overspoeld, dat zou in Nederland toch ondenkbaar zijn? Van de impact en ernst van het virus was ik mij enigszins bewust, maar het idee dat het virus en de daarbij komende maatregelen ook in Nederland realiteit zouden worden, reserveerde ik voor hypothetische gesprekken tijdens de verjaardagen van vrienden in druk bezochte Amsterdamse kroegen. Het ver-van-mijn-bed-show gehalte was daarmee tamelijk hoog en achteraf ook schaamteloos te noemen, maar niet voor lang.

Omstreeks midden maart werd duidelijk dat een lockdown -zij het een ‘milde’- ook in Nederland realiteit zou worden, met alle gevolgen van dien. De contactsamenleving werd een afstandssamenleving. De bijkomende angsten en onzekerheden grepen om zich heen en er werd een enorm beroep gedaan op het aanpassingsvermogen binnen alle takken van de samenleving. Ook studenten als ikzelf en universiteiten moesten, vlak voor de tentamens, geloven aan de gevolgen en onzekerheden van deze nieuwe realiteit. Inmiddels zijn we enkele weken verder, waarin zowel studenten als universiteiten absoluut niet stil hebben gezeten. Ik sprak met de decaan van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de UvA,  André Nollkaemper, die meer dan bereid was om ondanks de voortdurende drukte terug te blikken op hoe het er aan de UvA aan toe is gegaan en hoe het nu (verder) gaat.

Hoe gaat het met u?

Met mij gaat het aan de gezondheidskant gelukkig goed. In de beginfase van het coronavirus was het heel hectisch. We hebben drie weken lang alle zeilen bij moeten zetten om de overgang te maken van het reguliere onderwijs naar onderwijs op afstand. Op korte termijn veel actie. Nu staan de grote lijnen wat en ontstaat er iets meer tijd en ruimte om te kijken of we op de goede weg zijn. Daarbij hoort ook het kijken naar de nog onzekere toekomst, bijvoorbeeld het begin van volgend studiejaar. Het gaat dus goed, maar het is schipperen op een nieuwe agenda die dag tot dag een nieuwe inhoud krijgt en waar je relatief weinig controle over hebt.

Hoe gaat het nu op de faculteit der rechtsgeleerdheid? Zijn alle medewerkers inmiddels  gewend aan de nieuwe situatie omtrent het coronavirus?

Ik vind dat de mensen die actief in het onderwijs zitten met enorm veel aanpassingsvermogen en doorzettingsvermogen binnen hele korte tijd heel veel hebben gerealiseerd. Vaak hebben ze hun hele vakken omgegooid. Ik ben er trots op dat iedereen zich zo heeft ingezet, in omstandigheden die vaak heel moeilijk waren. Sommige mensen zitten in een hele comfortabele thuispositie van waaruit ze makkelijk kunnen werken, maar er zijn ook veel mensen met kleine kinderen die nu thuisscholing krijgen en waarvan de partner in een cruciaal beroep zit, terwijl hun onderwijswerkzaamheden toch moeten doorgaan vanuit huis. In die zin hebben we dus heel veel gevraagd van docenten, en zij hebben ook veel gegeven.

Ik denk wel dat na week 2 een tweede fase begon. In het begin was iedereen vol energie en ging iedereen er vol voor. Rond week 3 begon in te dalen hoe ontzettend ingewikkeld en zwaar het ook is om alles goed te laten gaan. De eerste weken waren teren op adrenaline, en daarna kwamen de onderliggende complicaties steeds meer aan het licht.

12 maart werden de strenge maatregelen afgekondigd, die voor veel mensen rauw op het dak vielen. De maatregelen vroegen ook om acute omschakeling en medewerking van alle universiteiten. Hoe is de UvA, in het bijzonder de faculteit, toen te werk gegaan?

Het kwam voor ons niet uit het niets, het zat er een beetje aan te komen. Er lagen al verschillende scenario’s die toen van de plank moesten worden gehaald. We hadden al in andere landen in Europa en in Amerika gezien dat het hoger onderwijs was gestopt. De kans dat dat ook hier zou gebeuren, achtten wij daarom heel groot. We hebben altijd gezegd dat we vooralsnog gewoon door zouden gaan met het onderwijs, maar er lag het scenario dat we niet zouden kunnen doorgaan met het onderwijs. Het was daarbij wachten op het College van Bestuur van de UvA, die op hun beurt hebben gewacht op nieuws vanuit de regering, de VSNU (vereniging van samenwerkende universiteiten). Uiteindelijk is er in dat verband een gezamenlijk besluit genomen en op dat moment moesten wij als faculteit van de een op de andere dag die overgang concreet vormgeven. Dat het onderwijs niet meer op locatie zou kunnen plaatsvinden was een eerste, een tweede was de overgang naar het onderwijs op afstand. Die overgang moest plaatsvinden in de week voor de tentamens. Dat heeft enorme praktische implicaties die vol op het bord van de faculteiten terecht kwamen. Ik zie nu we 4/5 weken verder zijn, dat er veel afstemming plaatsvindt tussen faculteiten. In de beginfase was dat eigenlijk helemaal niet zo. Iedere faculteit moest zich zelfstandig buigen over de vragen wat er met de geplande tentamens zou gebeuren. Laten we ze wel of niet doorgaan? Durven we het al aan om de tentamens binnen one week notice digitaal te laten doorgaan, of cancellen we de tentamens en schuiven we ze door naar een nader te bepalen datum? Daarna vroegen we aan docenten om binnen 2 weken toch weer onderwijs te gaan geven, maar hoe, welke sturing geef je ze in wat ze moeten doen en welke kanalen reik je ze daarvoor aan?  Kortom, er moest langs die lijnen heel veel worden geïmproviseerd. Daarom hebben we toen -zoals dat in de UvA heet – het decentrale crisisteam geactiveerd. Deze bestonden al en zijn gemaakt voor dit soort crisismomenten. Hierin zitten de decaan, directeur bedrijfsvoering, hoofd bestuurszaken, hoofd communicatie en een onderwijsdirecteur. Dit crisisteam kwam in de eerste weken elke dag bijeen, aangevuld met alle ondersteunende en deskundige staf voor onderwijs om opties uit te werken voor tentamens, onderwijs, ondersteuning. Uiteindelijk hebben we een actielijst opgesteld, waar we nog steeds elke dag naar kijken en die zo’n 80 aandachtspunten behelst: onderwijs, tentaminering, studieadviseurs, ondersteuning, de te nemen maatregelen voor volgend jaar en ga zo maar door.

Ik kan me voorstellen dat er veel bij komt kijken en er ook een moeilijke belangenafweging heeft moeten plaatsvinden. (Denk aan het BSA voor eerstejaars, studenten in de afstudeerfase, geplande tentamens, uitwisselingsstudenten en ga zo maar door). In hoeverre is er sprake geweest van prioritering? Welke afweging is daarin gemaakt?

De hoofdvraag was in eerste instantie: gaan we door met het onderwijs of niet? We hebben ervoor gekozen om door te gaan. In deze bijzondere situatie was het niet ondenkbaar geweest om het onderwijs tijdelijk stil te leggen, maar we hebben toch gezien dat er veel studenten waren die door wilden, wilde afstuderen, richting het einde van hun jaar.. Ten behoeve van deze studenten was het dus al snel duidelijk dat in ieder geval de tentamens zo snel mogelijk doorgang moesten vinden. Tegelijkertijd heb je te maken met veel studenten die in een moeilijke privésituatie zitten, bijvoorbeeld vanwege ziekte of technische kwesties. Je moet dus een balans zien te vinden die recht doet aan de verschillende posities en belangen van studenten en bepalen waar de prioriteit moet komen te liggen. Wij hebben toen besloten dat de prioriteit ligt bij het laten doorgaan van het onderwijs, maar wel met aandacht voor de verschillen tussen studenten. De door ons opgestelde checklist is leidend geweest en we hebben van dag tot dag bekeken wat er op dat moment beslist moest worden. De prioriteit lag daarbij eerst op het laten doorgaan van de tentamens van blok 4. Daarna was de vraag of we volledig digitaal onderwijs zouden aanbieden in blok 5. Toentertijd stond bijvoorbeeld de kwestie over exchange-studenten vrij laag op de agenda, terwijl dat nu de eerste weken achter ons liggen hoog op de agenda is komen te staan. Ook de voorbereidingen die we voor alle zekerheid voor volgend studiejaar en de introductie van nieuwe studenten moeten treffen stonden in het begin ook vrij laag op de agenda, waar het nu meer prioriteit heeft om ons daar op voor te bereiden.

Het is mij opgevallen dat er grote verschillen zijn in de aanpak van faculteiten van verschillende universiteiten. Is er ook contact geweest met de rechtenfaculteiten van andere universiteiten om tot een meer centraal plan van aanpak te komen?

Het laten doorgaan van het onderwijs is een landelijk besluit geweest. De manier waarop bijvoorbeeld tentamens worden afgenomen en het onderwijs dit studiejaar zou kunnen plaatsvinden verschilt daarentegen sterk per universiteit. Zo hebben wij lang opties opengehouden voor blok 6, waar bijvoorbeeld Leiden en Maastricht hebben besloten geen fysiek onderwijs meer te geven voor de zomer. Wij kijken als faculteit vooral naar wat de andere faculteiten binnen de UvA doen en daar vindt veel afstemming plaats. Wel is er twee keer overleg geweest tussen de juridische faculteiten in Nederland, om te kijken hoe er verschillend te werk wordt gegaan. Toch pakt iedere universiteit het anders aan, wat naar mijn idee ook niet zo erg is, zolang wij als rechtenfaculteit maar goed kunnen blijven uitleggen waarom wij bepaalde keuzes maken en hebben gemaakt.

Er lijkt veel aandacht te zijn geschonken aan oplossingen om het onderwijs aan de UvA toch doorgang te kunnen laten vinden. In hoeverre bent u tevreden over de oplossingen en nieuwe methoden waarmee de situatie voorlopig wordt ondervangen?

We worden natuurlijk beperkt door wat je redelijkerwijs van docenten kan vragen. Veel docenten hebben aangegeven de huidige situatie als belastend te ervaren. De werkdruk is door de nieuwe methode van online lesgeven enorm toegenomen. Binnen de kaders van wat we nu kunnen vragen ben ik tevreden.

Er zijn drie dingen waar ik nog niet helemaal tevreden over ben. Allereerst hebben we in het begin de docenten een breed scala aan mogelijkheden meegegeven om het onderwijs  digitaal in te richten. Nu merken we, een paar weken later, dat sommige methoden veel beter werken dan andere. Zoomsessies blijken bijvoorbeeld veel beter te werken dan het enkel openen van discussiefora. Met de kennis van nu had ik misschien iets meer willen sturen naar de meer actieve vormen van online lesgeven. We proberen daarin dan nu ook bij te sturen.

Het tweede punt waar ik niet helemaal tevreden over ben is in hoeverre we geslaagd zijn om studenten mee te nemen. Vooral onder eerste en tweedejaars bachelor studenten merken we een zeer beperkte deelname aan bijvoorbeeld werkgroepen. Dat is zorgelijk, want er is nu dus een behoorlijke groep studenten die niet meer actief deelneemt aan het onderwijs. Daarbij speelt de stapeling van tentamens een belangrijke rol. Vooral blok 5 is voor studenten die nog herkansingen hebben behoorlijk zwaar.

Als laatste is er op het belangrijkste punt, namelijk de methode van toetsing, nog ruimte voor verbetering . Alle universiteiten breken zich daar het hoofd over, want wat is de beste manier om op een bevredigende manier te toetsen in de gegeven omstandigheden? Deze vraag doet zich vooral voor bij de tentaminering van de kennisvakken uit de bachelorjaren: bij de masters lijkt dit probleem zich minder voor te doen, omdat daar al meer met toetsing in de vorm van papers werd gewerkt. Voor nu hebben we met bijvoorbeeld het nabellen van studenten ons best gedaan de kwaliteit van de tentaminering te waarborgen, maar er blijft zeker ruimte om na te denken wat de beste manier is, zeker als deze situatie langer aanhoudt. Er wordt nog steeds actief gezocht naar andere mogelijkheden om de kwaliteit van de toetsing voor zowel docenten als studenten beter te waarborgen.

Wordt er op dit moment al rekening gehouden met of gekeken naar alternatieve scenario’s, bijvoorbeeld met de uitloop van bepaalde maatregelen naar volgend studiejaar toe?

Er liggen momenteel verschillende scenario’s waarmee we rekening moeten houden en waarbij wij niet de enige speler zijn: het zal ook afhangen van wat er UvA breed en landelijk nog wordt besloten. Mijn inschatting is dat we er niet vanuit kunnen gaan dat we het normale onderwijs aan het begin van het komende studiejaar kunnen hervatten. Hooguit kunnen we na de zomer met kleine stappen naar fysiek onderwijs en tentaminering op locatie. Vooral dat laatste is wenselijk, maar zal zeker in het begin in aangepaste vorm moeten. 600 studenten in een tentamenzaal is in ieder geval voorlopig nog ondenkbaar.

Deze tijd heeft ongetwijfeld veel tijd, energie en flexibiliteit van u en uw collega’s gevergd. Welke lessen of wijsheden neemt u als decaan mee uit de afgelopen tijd van schakelen in een nood, dan wel overmachtssituatie?

In positieve zin heeft deze situatie mij wel gesterkt in de overtuiging dat juist in tijden van crisis medewerkers en studenten een enorm hoog aanpassingsvermogen hebben. Het is gebleken dat zij in staat zijn zich binnen hele korte tijd aan te passen. Laat ik een paar concrete punten noemen die ik meeneem. Een is het belang van goede en heldere communicatie . Dit is natuurlijk altijd van groot belang, maar nu zie je ook heel concreet wat goede communicatie inhoudt en betekent. Een tweede punt is dat we nu veel beter zien wat we online kunnen doen, zowel thuiswerken door medewerkers als afstand onderwijs.  Dat kan lang niet altijd, maar we hebben ook geleerd wat op deze manier prima werkt.  Een derde punt is het belang van teamwork, waar we alle kennis bijeenbrengen. Het is één ding om bijvoorbeeld nieuwe tentamendata vast te stellen, een tweede is het rekening houden met alles wat daarbij, vooral logistiek gezien, komt kijken.

Niet alleen voor alle medewerkers van de universiteiten, ook voor studenten is het enorm wennen aan de situatie. Hoewel de nabije toekomst in deze tijd vooralsnog onzeker lijkt: welke adviezen zou u rechtenstudenten willen meegeven om deze tijd toch zo goed mogelijk door te komen, zowel op studiegebied als in zijn algemeenheid?

Ik kan me goed inleven in de zorgen van studenten, vooral de onzekerheid die deze situatie met zich meebrengt. Studenten in de eindfase van hun studie zullen te maken krijgen met een veranderde juridische arbeidsmarkt. Zo zie je nu al takken binnen bijvoorbeeld de advocatuur die het moeilijk zullen krijgen, waar er in andere juridische professies zich juist kansen voor zullen doen. Dat is typerend voor crisistijd. Toch zou ik studenten willen meegeven om te proberen te blijven studeren en door te gaan. Dat geeft een doel, ritme en vastigheid, zelfs in deze nieuwe werkelijkheid. Schroom ook niet om daarbij om hulp te vragen, zeker als er bijvoorbeeld rekening dient te worden gehouden met persoonlijke omstandigheden of als er bijzondere behoeften zijn. Ook in deze tijd staan wij klaar om je daarbij te helpen en mee te kijken. Ook zou ik studenten ook graag willen oproepen om hun stem te laten horen in deze tijd: wat werkt voor jullie, wat niet en wat zouden we anders kunnen doen= Laat ons weten wat voor jullie werkt. Dit kan onder meer via de onderwijscommissies, de facultaire studentenraad en docenten.

Doe mee aan de discussie