Notice: Constant WP_DEBUG already defined in /www/wp-config.php on line 93 Corona vs. rechtsstaat – Nota bene
Corona vs. rechtsstaat

Corona vs. rechtsstaat

Sinds het uitbreken van COVID-19 zijn landen over de hele wereld genoodzaakt vergaande beperkingen op het openbare leven in te voeren. De gezondheidssituatie blijkt niet alleen een dreiging te vormen voor een groot aantal mensenlevens, maar ook voor het bestaan van de vrije rechtsstaat binnen de EU. 

Corona vs. Rechtsstaat 

Waar binnen een rechtsstaat normaal gesproken langdurige juridische procedures moeten worden doorlopen om nieuwe wet- en regelgeving te implementeren, is het bij een pandemie van belang dat snel gehandeld kan worden. Ook binnen Europa hebben regeringsleiders naar aanleiding van de COVID-19 uitbraak daarom noodtoestanden uitgeroepen. Geen slepende officiële processen, maar daadkrachtige snelle procedures werden daarbij de nieuwe norm. Binnen een kort tijdsbestek zagen burgers hun vrijheden ingeperkt; leef thuis, werk thuis en vermijd contact waar mogelijk. Nu blijvend voorrang dient te worden gegeven aan het beschermen van zoveel mogelijk mensenlevens lijkt te gelden ‘desperate times, call for desperate measures’.

Dergelijke maatregelen kunnen worden ingevoerd middels clausules die in de meeste grondwetten van EU-lidstaten zijn terug te vinden. Daarbij kan een beroep worden gedaan op bijzondere regelgeving, waarbij bepaalde liberale democratische waarden tijdelijk worden opgeschort. Op Europees niveau ligt in artikel 15 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vastgelegd dat het uitroepen van een noodtoestand is toegestaan in tijden van oorlog of andere openbare noodsituaties. Randvoorwaarde daarbij is dat de ernst van de situatie deze maatregelen strikt vereist en deze regels niet in strijd zijn met andere verplichtingen die voortvloeien uit het internationale recht.

In antwoord op de COVID-19 uitbraak hebben maar enkele lidstaten middels het EVRM een noodtoestand uitgeroepen. Andere Europese landen, waaronder ook Frankrijk en Italië, hebben hiervoor gebruik gemaakt van eigen nationale wetgeving. Hoewel onduidelijkheid bestaat over de noodzaak voor lidstaten een noodtoestand verplicht middels het EVRM uit te roepen, geldt ook bij de toepassing van nationale wetgeving dat tijdens een dergelijke situatie begrenzingen aan de orde zijn. Bepaalde grenzen dienen niet te worden overschreden, al hechten sommige lidstaten binnen de EU hier weinig waarde aan. 

Zo ook Hongarije, waar president Viktor Orbán op 20 maart een wet aankondigde die de uitvoerende macht in het land voor onbepaalde tijd autoritaire bevoegdheden zou geven. De nieuwe wet trad op 30 maart in werking en leidt ertoe dat de regering zonder parlementaire goedkeuring wetten kan aannemen of afschaffen. Individuen die door de overheid genomen maatregelen tegen de pandemie belemmeren kunnen daarbij een gevangenisstraf van acht jaar verwachten, personen die valse informatie verspreiden zo’n vijf jaar. Opvallend is vooral het feit dat de noodtoestand voor onbepaalde tijd van kracht is en het aan de regering is om vast te stellen wanneer deze kan worden opgeheven. 

Aangezien Orbán met zijn partij een tweederdemeerderheid heeft binnen het Poolse parlement, kan zo’n opheffing lang op zich laten wachten. Daar komt bij dat sinds Orbán tien jaar geleden de verkiezingen heeft gewonnen, de invloed van een groot aantal overheidsorganen en instanties is ingeperkt. Niet alleen de rechterlijke macht is daarbij sterk teruggedrongen, maar ook de persvrijheid en het onderwijs werden gelimiteerd in hun vrijheden en bevoegdheden. Dat Orbán de COVID-19 uitbraak nu als mogelijkheid aangrijpt zijn macht permanent verder uit te breiden, komt dan ook niet geheel onverwachts. 

Begrijpelijk is dan ook de kritiek die de nieuwe wetgeving binnen Europa heeft aangetrokken. Na een bezorgde verklaring van dertien EU-landen legde Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, op 1 april eveneens een verklaring af waarin algemeen werd opgemerkt dat “noodmaatregelen beperkt moeten blijven tot wat noodzakelijk en evenredig is”. Desondanks werd Hongarije niet direct bij naam genoemd en toont de Europese reactie zich tot nu toe mild. Hoewel een pandemie geen uitgelezen moment is om een autoritaire president op zijn plek te zetten, spelen ook andere factoren een rol. 

Allereerst is het starten van een artikel 7-procedure middels het Verdrag betreffende de Europese Unie een onwaarschijnlijk scenario. Middels zo’n procedure kan bijvoorbeeld het stemrecht van een lidstaat binnen de Unie worden geschorst indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat fundamentele waarden van de EU worden geschonden. Daaronder valt ook het aantasten van normen die een democratische rechtsstaat waarborgen. Vereist is daarvoor wel dat alle andere Europese lidstaten hier unaniem mee instemmen. Nu Hongarije omringd wordt door buurlanden die al jaren eveneens weinig moeite hebben rechtsstatelijke waarden te negeren, valt zo’n eenstemmige beslissing moeilijk te realiseren. 

Ook een verdergaand alternatief, om Hongarije voor het Europese Hof van Justitie te dagen, biedt weinig perspectief. Hoewel door middel van een dergelijke inbreukprocedure mogelijk sancties kunnen worden opgelegd aan Hongarije bestaat de formele procedure uit een groot aantal tussenstappen. Een lidstaat zal eerst gevraagd worden meer informatie te verschaffen, aansluitend verzocht worden aan het EU-recht te voldoen en pas bij het negeren van deze aanmaning een boete opgelegd kunnen krijgen. Zo’n aanpak kost tijd, waardoor constitutionele wijzigingen in Hongarije intussen kunnen zijn vastgelegd en moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt. 

Hoewel het begrenzen van de schade van de COVID-19 pandemie onvermijdelijk gepaard gaat met het opschorten van fundamentele rechten voor burgers, wordt in Hongarije de grens tussen het nodige en het buitensporige overschreden. De geschiedenis toont dat crisisperiodes vaak gepaard gaan met een uitbreiding van overheidsmacht en dat deze uitbreidingen eveneens veelal blijvend van aard zijn. In het geval van Hongarije kan de pandemie een extra gevaar vormen voor de rechtsstaat en deze op de lange termijn ondermijnen. Daarbij geldt in de aanpak van de EU vooralsnog; één crisis tegelijk. In tijden van COVID-19 is Viktor Orbán geen prioriteit.   

Literatuur 

Krantenartikelen

NRC Handelsblad, De rechtsstaat staat op het kerstmenu in het oosten van Europa, 19 december 2017, https://www.nrc.nl/nieuws/2017/12/19/de-rechtsstaat-staat-op-het-kerstmenu-in-het-oosten-van-europa-a1585509.

The Atlantic, The EU watches as Hungary kills democracy, 2 april 2020, https://www.theatlantic.com/international/archive/2020/04/europe-hungary-viktor-orban-coronavirus-covid19-democracy/609313/.

The Economist, Everything’s under control, 28 maart 2020, https://www.economist.com/leaders/2020/03/26/the-state-in-the-time-of-covid-19.

The New York Times, Kill the virus not democracy – EU tells Hungary, 2 april 2020, https://www.nytimes.com/reuters/2020/04/02/world/europe/02reuters-health-coronavirus-eu-hungary.html.

Washington Post, Coronavirus kills its first democracy, 31 maart 2020, https://www.washingtonpost.com/world/2020/03/31/coronavirus-kills-its-first-democracy/.

Internetartikelen

Europa Nu
Europa Nu, Procedure schending rechtsstaat door EU-lidstaten, https://www.europa-nu.nl/id/vjhzlnx4pbzc/procedure_schending_rechtsstaat_door_eu.

Institut Montaigne
Institut Montaigne, A Crown for the King? How Did Viktor Orbán Turn COVID-19 Into a Political Weapon, 31 maart 2020, https://www.institutmontaigne.org/en/blog/crown-king-how-did-viktor-orban-turn-covid-19-political-weapon.

The Conversation
The Conversation, State of emergency: how different countries are invoking extra powers to stop the coronavirus, 30 maart 2020, https://theconversation.com/state-of-emergency-how-different-countries-are-invoking-extra-powers-to-stop-the-coronavirus-134495.

Wetgeving

Artikel 7 Verdrag betreffende de Europese Unie.
Artikel 15 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Doe mee aan de discussie