Notice: Constant WP_DEBUG already defined in /www/wp-config.php on line 93 Augustus: Een Man van Marmer – Nota Bene
Augustus: Een Man van Marmer

Augustus: Een Man van Marmer

‘’Ik trof Rome als een stad van baksteen en liet het achter als een stad van marmer.’’ Zo zou de eerste keizer Augustus niet bescheiden hebben gesproken over zijn erfenis aan de kolossale stad die hij decennialang regeerde vanaf een onzichtbare troon. Zijn verrijzenis tot machtigste man van het machtigste rijk van antiek Europa is een verhaal van zorgvuldige planning, intelligente intriges en doordacht geduld. Niet kracht, niet charisma, niet grootsheid, maar slinksheid had de jongeman gebruikt om zijn imperium te verwerven.

Octavianus, zo luidde Augustus’ geboortenaam, werd geboren als zoon van plebejische landadel. Zijn vader behoorde dan wel tot de equites (de Romeinse ridderstand), maar was geen lid van een senatorenfamilie. Augustus’ vader was dus geen geboorte-adel en zelfs in het Oude Rome wordt al neergekeken op de nouveau riche (homo novus). Toen Octavianus vijf was, stierf zijn weinig beduidende vader en werd de jongen uit het plebs opgevoed door zijn grootmoeder Julia, de zus van Julius Caesar. Octavianus groeide daar op in een ruimte niet groter dan een voorraadkamer, maar zijn welbespraakte oudoom Caesar zag wel wat in de knappe jongen met de milde ogen. 

C:\Users\User\AppData\Local\Microsoft\Windows\INetCache\Content.MSO\3BD07D0A.tmp

Een jonge Octavianus, die zijn kapsel overnam van het bekende Griekse beeld van Dolyphorus, ‘’De Speerwerper’’, maar met dezelfde krul als Alexander de Grote. Facebookoprichter Mark Zuckerberg, groot bewonderaar van Octavianus, bezit hetzelfde kapsel.

Onder de vleugels van zijn charismatische oudoom drong de nog maar 17-jarige plebejer door tot de harde Romeinse politiek. Hij schopte het ondanks zijn nederige afkomst tot stadscommandant van Rome, een van de belangrijkste functies beschikbaar voor een Romeinse ridder. Bovendien nam de briljante generaal zijn ambitieuze achterneef mee op veldtochten, waar adolescent Octavianus zich bewees als kundige leider van de ruiterij. Als dictator Julius Caesar door zijn vriend Brutus en consorten vermoord wordt, pakt de naar Apollonia (in huidig Albanië) vooruitgestuurde achterneef direct het eerste schip terug. Op zee komt hij erachter dat hij door Caesar bij testament is geadopteerd (adoptie was een gebruikelijk principe in Rome) en de enige erfgenaam is van de man die Rome op zijn grondvesten deed schudden.

 De postume adoptie ontbeerde elke juridische grond. Maar de slimme Octavianus is er snel bij om de adoptie te ‘’accepteren’’. Octavianus was verstandig genoeg om net als zijn adoptiefvader geld uit te blijven keren aan loyale veteranen en verschillende delen van de bevolking. Daarvoor gebruikte hij de staatskas die hij uit eerder genoemd Apollonia had meegenomen, de gouden munten die oorspronkelijk waren bedoeld voor oorlog in het Nabije Oosten. Toen de impulsieve Marcus Antonius, de krachtige onderbevelhebber van Caesar, de fractie van zijn overleden vriend claimde, had de snode Octavianus al een enorme groep aan achterban verzameld. Hij wist verschillende oude republikeinen aan zich te binden door tegenwicht te bieden aan de radicale generaal Marcus Antonius en met geld van welgestelde vrienden Antonius langzaamaan zijn politieke steun te laten verliezen. 

Octavianus deed zich voor als beschermer van de Republiek en kreeg daardoor verscheidene militaire  bevoegdheden, waarmee hij een trouwe eigen legermacht achter zich kreeg. Toen puntje bij paaltje kwam wisselde hij listig van kant en sloot zich met zijn leger aan bij het enorme aantal soldaten van Marcus Antonius dat wraak wilde nemen op de moordenaars van Caesar. Marcus Antonius vermoordde veel Romeinse Republikeinen, terwijl Octavianus (die later veel had aan deze afname van conservatieven) zich verstandig in de luwte hield. Samen met het driemanschap van voornoemde Marcus Antonius, Octavianus en een derde consul genaamd Lepidus werden de verdreven Brutus en de Caesarmoordenaars verslagen. Octavianus werd nu militair bevelhebber van Italië, Gallië en Spanje, terwijl Antonius Griekenland, Turkije, en Egypte ten deel viel. De legers van de machteloze Lepidus in Noord-Afrika liepen al snel over naar Octavianus toen ze merkten dat deze in Rome steeds sterker werd. Octavianus wist de Romeinse bevolking door hardnekkige propaganda te overtuigen dat de ver weg wonende Antonius door zijn verhouding met de Egyptische Cleopatra langzaamaan een Oostelijke heerser werd zonder de in een eerder stuk genoemde mooie Romeinse waarden. Octavianus maakte het testament van die gevaarlijke Antonius openbaar dat in de heilige Vestaalse tempel lag. Daarin stond schokkend genoeg dat die verraderlijke Antonius de kinderen van Cleopatra en hemzelf tot erfgenaam maakten van het oosten van het Romeinse Rijk. Niemand had door dat Octavianus dit hoogstpersoonlijk vervalste en de jonge legerleider had nu genoeg steun om zijn eerdere krachtdadige bondgenoot aan te vallen. Bij Actium versloeg de zeezieke Octavianus de vloot van Cleopatra en Antonius verpletterend en in 31 voor Christus sloot hij de poorten van de tempel  van Janus: er heerste voor het eerst in honderd jaar vrede in het gehele Rijk. 

Afbeeldingsresultaat voor augustus colorised"

Een in oorspronkelijke kleuren geverfde versie van de Augustus gevonden te Primaporta. Cupido verwijst naar zijn afkomst van de Julii, de familie van Caesar afstammend van Venus en haar zoon Cupido, zijn borstkuras naar de overwinning op de Parthen en zijn purperen kleed naar zijn senatoriële macht.

 Voor Octavianus begon nu het constitutionele schaakspel. Hoe kon hij aan de macht blijven zonder door de adellijke Republikeinen te worden afgezet? Octavianus had echter al enkele opportunisten voor hem gewonnen: op voorspraak van Lucius Munatius Plancus, de meest aanzienlijke oud geld senator, die in de oorlog voor Brutus, vervolgens voor Antonius en tenslotte voor Octavianus zijn soldaten beschikbaar stelde, kreeg hij de eretitel ‘’Augustus’’ (De Verhevene). Vervolgens ging de nu ‘’Caesar (of zoals wij zeggen ‘’keizer’’) Augustus’’ genoemde Octavianus over tot ‘’herstel’’ van de Republiek. Zijn uitgangspositie was ideaal: hij had de langdurige, bloederige burgeroorlogen beëindigd en gedurende deze oorlogen waren er ook nog eens vele patriciërs, de oude Romeinse adel, gesneuveld. Toch kon de nu 36-jarige Octavianus zich het niet veroorloven hun politieke steun te verliezen, hoewel hij tegelijkertijd zijn machtsbasis, zijn getrouwe soldaten, tevreden moest houden. Daarom gaf Octavianus al zijn titels en bevoegdheden van de tijd van de burgeroorlog terug aan de senaat, die hem daarop het bestuur gaf van de drie provincies met de meeste troepen: Gallië, Spanje en Syrië. Hij liet het dagelijkse bestuur van deze provincies daarop weer in handen van senatoren die hij moest overtuigen of juist moest belonen. Het nieuw veroverde Egypte werd bestuurd door een kundige gouverneur van de plebejische ridderstand, waar Octavianus zelf ook uitkwam, zodat ook deze groeiende klasse de man die de Republiek herinrichtte zou steunen. 

Zo wist hij binnen het staatsbestel van de oude Republiek toch functies te creëren die zijn vergaarde macht solideerde. Zelf werd hij elk jaar ‘’democratisch’’ verkozen tot consul (een van de twee hoogste bestuurders van het Romeinse Rijk), maar in 23 v. Chr. deed hij zijn meest gewaagde set. Hij verklaarde tegen de senaat dat hij nooit meer consul zou worden, als hij de bevoegdheden (waaronder het vetorecht) kreeg van een plebejische volkstribuun. Zo werd minder duidelijk dat hij telkens maar weer machtshebber was (bijvoorbeeld Poetin die steeds wordt herkozen tot premier of president), maar kreeg hij wel verregaande bevoegdheden voor het leven. En al zijn functies bleven binnen de grenzen van de Romeinse wet. Vanaf datzelfde jaar rapporteerden ook de gouverneurs uit senaatsprovincies, naast keizersprovincies die hij al toegewezen had  gekregen, aan hem. Al vijf jaar daarvoor was de begiftigde Octavianus tot censor benoemd en mocht hij vanuit deze eeuwenoude juridische functie senatoren eens in de vijfjaar vervangen wegens buitensporig gedrag of financiële oorzaken. Sleutelwoord bij al deze benoemingen was echter ‘’geduld’’. Pas als Octavianus zag dat zijn bestuur werkte en Rome zijn bestuur daarom accepteerde, probeerde hij met een nieuwe titel weer net iets meer macht te verkrijgen. 

Op voorspraak van keizerlijke brieven werden carrières beïnvloed, vonnissen uitgesproken en belastingen bepaald. Niets van dit alles was geformaliseerd en alle wel geformaliseerde macht had Octavianus zich arglistig toegeëigend door alles te vatten in oeroude titels. Op het einde van de 40-jarige heerschappij van Octavianus wilden senatoren niet meer tegen hem ingaan: hij besliste over hun voorspoed en tegenspoed, hun welvaart zou tot verdoemenis vervallen als ze hem zouden afvallen, hun carrièreperspectieven waren rooskleurig als ze hem toegewijd waren. Hij was Augustus de verhevene, eerste onder gelijken. De jongeling uit de lage middenklasse zonder enige grootse perspectieven had zich in een gewelddadig klimaat ontpopt tot een sluwe politicus en uiteindelijk tot een onomstreden heerser. Niet daadkracht, niet geweld, maar intelligentie bracht een man van niets tot een man van alles. Niet de grove, rode baksteen, maar het blinkende, witte marmer.

Bronnen

De Blois, L. en Van der Spek, R.J., Een kennismaking met de Oude Wereld (Bussum 1983).

Suetonius, vertaling door Rolfe, J.C., Augustus (Cambridge 1913)

Bleicken, J., Eine Biographie (Berlijn 1998)

Livius, Ab urbe condita

De jongeling uit de lage middenklasse zonder enige grootse perspectieven had zich in een gewelddadig klimaat ontpopt tot een sluwe politicus en uiteindelijk tot een onomstreden heerser